Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderscheiding tusschen moreele en theologische deugden parten speelde. Onder de moreele deugden verstond men die deugden, die door de gemeene gratie Gods reeds bij de heidenen in eere waren als wijsheid, matigheid, dapperheid en rechtvaardigheid. Terwijl men bij de theologische deugden natuurlijk dacht aan deze drie onschatbare gaven des Geestes: Geloof, hoop en liefde.

Nu is het hier niet de plaats dieper op deze onjuiste onderscheiding, die nauw samenhangt met de Roomsche leer van het beeld Gods, van de zonde, van de genade en van de verhouding tusschen de Godgeleerdheid en de Wijsbegeerte — in te gaan. Ik kan volstaan met de opmerking, dat de Scholastiek de religie des harten verkeerdelijk met de moreele deugden in verband bracht.

Deze fout is door de Reformatoren ingezien. En vandaar dat zij volkomen terecht de stelling bepleitten: het wezen der ware religie wordt alleen gevonden in den wedergeboren mensch, en het valt saam met het geloof.

Schleiermacher bracht dan ook dit punt niet tot nadere ontwikkeling, toen hij voor het gevoelen der Reformatoren iets anders in de plaats stelde.

Groote bekendheid verkreeg in de theologische wereld de omschrijving van de religie des harten, welke schleiermacher in zijne Dogmatiek (Der Christliche Glaube, § 4) voorsloeg, en welke aldus luidde: Das gemeinsame aller noch so verschiedenen Aeuszerungen der Frömmigkeit, wodurch diese sich zugleicn von allen andern Gefühlen unterscheiden, also das sich selbst gleiche Wesen der Frömmigkeit ist dieses, das wir uns unsrer selbst als slechthin abhangig, oder, was dasselbe sagen will, als in Beziehung mitt Gott bewuszt sind.

Nu is het volkomen waar, dat de vrome zich van zijn God geheel afhankelijk gevoelt — en onze hoornbeek merkte dan ook reeds op, dat het gevoel van algeheele afhankelijkheid een wezenlijk bestanddeel der subjectieve religie is — maar daarom gaat het toch niet aan voor het geloof in de plaats te stellen het besef onzer onafhankelijkheid van het Volzalige Wezen. Immers put dit besef het begrip religie niet uit. Neen, scherper en schooner dan door het woord „geloof" kan de subjectieve religie niet gedefinieerd worden.

Het ware geloof toch is de band, die de ziel des menschen aan God verbindt.

Sluiten