Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. Het proces der Religie

Het is nog niet zoo lang geleden, dat het in de kringen der zoogenaamde „Vrijdenkers" altoos zóó werd voorgesteld, alsof de godsdienst zijn ontstaan eenvoudig te danken had aan het bedrog van de priesters. Men redeneerde hierbij aldus. Evenals nu, zoo kwamen ook vroeger in het rijk der natuur telkens gebeurtenissen als onweder, storm, aardbeving en wat dies meer zij, voor, die de menschen met ontzetting vervulden. Zoo zijn lieden, die hunkerden naar macht over hunne medemenschen en tevens naar een gemakkelijk en goed leven, op het denkbeeld gekomen, dat zij hiervan voor zichzelven wel profijt konden trekken. Zij overlegden bij zichzelf, wanneer het ons gelukt onzen landslieden wijs te maken, dat deze natuurverschijnselen door onzichtbare wezens of „goden" worden veroorzaakt, en dat wij door deze goden als hunne tolken zijn aangesteld, dan zullen zij gaarne bereid zijn tegen eene milde stoffelijke vergoeding onze tusschenkomst tot bevrediging der goden in te roepen. Daarop voegde men de daad bij het woord. De proef werd genomen — en deze gelukte bij uitnemendheid. De lieden lieten zich bedriegen. En zoo ontstonden de godsdiensten en de priesterklassen.

Allengs is men echter in de wetenschappelijke kringen zelfs van het moderne denken tot het inzicht gekomen, dat op zulk een platte wijze een zoo algemeen en een zoo machtig verschijnsel als de Religie onmogelijk kan worden verklaard. En hoort men niettemin in onze dagen o. a. door woordvoerders der sociaal-democratische partij deze zienswijze nog wel eens voordragen, dan blijkt hieruit eenvoudig, dat zij,

Sluiten