Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werking uitoefenen, zal hebben bijgedragen), bosschen, bergen, zeeën, zon en maan.

Een stelsel, dat bemiddelend tusschen deze beide voorstellingen in bestond, was het Totemisme, hetwelk door Frazer werd voorgedragen. Totem of eigenlijk otem (totem is de aanduiding van „mijn otem") heet bij de Amerikaansche Roodhuiden die diersoort, die door een bepaalden stam als heilig beschouwd wordt. De Roodhuiden gelooven n.1. dat iedere stam met een bepaalde diersoort zoowel krachtens verwantschap als krachtens eene religieuse verplichting verbonden is. De stam noemt zich dan ook met denzelfden naam als het onderhavige dier; hij ziet in alle exemplaren van die diersoort zijne broeders, met wie hij één van oorsprong is; hij gevoelt zich tegenover hen verplicht tot religieuse vereering en verwacht van hen hulp en bescherming in alle omstandigheden des levens. De stam vereert de exemplaren dezer diersoort dus niet, omdat hij gelooft, dat in hen goden wonen, of omdat zij de verblijfplaatsen zijn van de geesten zijner voorvaderen, maar omdat hij in de overtuiging leeft, dat zij de belichaming zijn van hetzelfde leven, hetwelk ook in hem gevonden wordt. En dit gemeenschappelijke, dit dierlijk-menschelijke leven, is het eigenlijke goddelijke leven.

Tot staving nu van het gevoelen, dat dit Totemisme de oudste godsdienstvorm geweest is, beriep men zich niet alleen op wat bij de Roodhuiden wordt gevonden, maar ook op de primitieve religie der Semieten en op de religie der oude Egyptenaren. Zoo zeide men: de rationalistische voorstelling alsof de dieren, die door de Egyptenaren vereerd werden, slechts symbolen waren van goddelijke natuurkrachten, is geheel en al in strijd met de historie. Aanvankelijk kende de menschheid geen symbolen, maar vatte zij alles zoo reëel mogelijk op. Het dier zelf werd vereerd als de belichaming van het goddelijke leven. Terwijl men dan voorts nog voor de stelling, dat aan de religie der Egyptenaren het Totemisme ten grondslag lag, ten bewijze aanvoerde, dat in de eene gouw hetzelfde dier als god werd vereerd dat in eene andere streek van het rijk geslacht en gegeten werd.

Waar onze tijd veelszins staat in het teeken van het Pantheïsme, waar het almeer om het verflauwen van alle grenzen te doen is, daar kan het ons niet bevreemden, dat men met zekere voorliefde het voor dit Totemisme opnam. Men leidde

Sluiten