Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er dan uit af, hoe reeds de Ur-mensch er iets van besefte, dat niet slechts tusschen de menschen onderling maar tusschen den mensch en God wezensverwantschap bestaat. En nu stelde de Ur-mensch in kinderlijke naïveteit zich deze verwantschap wel voor als eene van physieken aard en duurde het nog eeuwen, eer men zich hierboven verhief, maar dit veranderde toch niets aan het feit, dat de menschheid reeds van den aanvang af de wezensgemeenschap tusschen God en zich zelve gevoelde.

Een tweede bemiddelend stelsel tusschen het Naturisme en den Ahnenkult was het Animisme, waarover Tylor het eerst een helder licht heeft doen opgaan.

Door de biologische verschijnselen van den slaap en den dood, ontdekte de mensch in zich zelf eene tweede, van zijn lichaam onderscheiden, substantie n.1. zijne ziel. Deze ziel kon hij zich echter niet anders dan stoffelijk denken — zij het ook dat zij van eene fijnere stof is dan het lichaam. Deze ziel heeft haren zetel in het hart, in het bloed, in den adem, ja soms meent de mensch, dat er meerdere zielen in zijn lichaam huizen. Deze ziel kan het lichaam verlaten, vrij rond dwalen, en in andere lichamen insluipen. En gelijk hij nu zelf bezield was zoo dacht de mensch zich ook andere wezens als dieren, planten, natuurverschijnselen, ja zelfs dingen bezield.

Hierbij bleef de mensch echter niet staan. Uit het geloof aan „zielen ontwikkelde zich het geloof aan goede en kwade geesten, ja allengs aan goden. Een hooger vorm verkreeg dus het Animisme in het Spiritisme d.w.z. in het geloof aan geesten, die aan geen vast lichaam gebonden zijn, maar vrij rondwaren op de aarde en in de lucht, of ook in den hemel. De geesten van lagere orde vertoeven op de aarde, die van hoogere orde in de lucht. Nog weer hooger dan de geesten staan de goden, die den ,,hemel" bewonen, en bestuurders zijn van 's menschen lot, kastijders der overtreders en beheerschers der volkeren.

Deze voorstelling heeft zooveel ingang gevonden, dat men veilig zeggen kan, dat zij, die op het evolutionistische standpunt staan almeer het hierover eens werden, dat dit Animisme aan alle religies ten grondslag ligt ').

V) In een zeer lezenswaardig artikel in het „Theologisch Tijdschrift" wees Prof. Eerdmans onlangs weer eens op de sporen van het Animisme, die z. ï. in het Oude Testament gevonden worden.

Sluiten