Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BELIJDEN EN BELIJDENIS.

Confessio", afgeleid van confiteor, ik belijd, beken, heeft in het klassieke Latijn de beteekenis van bekentenis, en duidt aan het uitspreken, onder woorden brengen van wat inwendig in ons tot dusverre verborgen was. De schuldige legt eene bekentenis, confessie af van zijn schuld, spreekt uit wat zijn geweten bezwaart. Zoo kan er gesproken worden van eene confessie, eene bekentenis, wanneer een jonge man zijne liefde verklaart aan een jong meisje. En zoo ook kan iemand zijne innige overtuiging onder woorden brengen, bekennen, belijden, eene bekentenis, confessie van die overtuiging afleggen.

Confessie is dus iets strikt persoonlijks. Er is niets zóó persoonlijks, zoo individueels als zijn schuld, zijn liefde, zijn haat, zijne overtuiging te bekennen, te „belijden." Een ander kan ons wel bewegen, overhalen tot deze belijdenis, of van ons ze vorderen, maar een ander kan ze niet voor ons gereed maken, formuleeren; of althans, indien ons de formuleering wordt gegeven, moeten wij die vrijwillig aanvaarden en wordt ze persoonlijk, zoodra wij ze accepteeren. Zoo, b.v., wanneer een beschuldigde voor de rechtbank op de vraag des rechters: „Bekent gij die daad verricht te hebben" antwoordt met „ja", is dat ja feitelijk gelijkluidend met de persoonlijke bekentenis: „Ik beken die daad verricht te hebben." Waar het overtuigingen geldt, die men belijden, beloften, die men afleggen, verklaringen, die men geven moet, kan het formuleeren door anderen van die belijdenis, belofte of verklaring alleen dan worden toegelaten, wanneer dat geheel juist weergeeft, wat men wil belijden,

Sluiten