Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus wel kan gelooven, maar dat dit moeilijk bewezen worden kan, en het geloof er in alleen moeilijk als bewijs kan gelden; en 3°. dat het feit, dat ook bij hen, die de dogma's geheel of gedeeltelijk loslieten, het leven blijft bestaan, de onafhankelijkheid van dat leven van 't al of niet gelooven dier dogma's bewijst.

Natuurlijk belet de aanvaarding van het ethische beginsel niet, dat men de orthodoxe dogma's voor waar houdt. In dien zin kan men wel „ethisch-orthodox" zijn ; maar dan beteekent dat „orthodox" niet, dat men het gelooven van juist die dogma's als noodig ter zaligheid beschouwt, maar alleen, dat men instemt in zake de dogmatische overtuigingen met de orthodoxen.

Maar in elk geval is het ethische beginsel niet onafscheidelijk van het „orthodox" zijn. In mijn stuk „Ethisch en Evangelisch" L) heb ik trachten aan te toonen, dat men zeer goed tegelijkertijd „ethisch" en „evangelisch" zijn kan; en ook de moderne kan zeer goed het ethische beginsel aanvaarden. Want „ethisch" zijn zegt niets over onze dogmatische inzichten; het wil alleen zeggen , dat wij het zwaartepunt van het Christendom en van den godsdienst niet zoeken in de leer maar in het ware zedelijkgeestelijke leven.

i) Geloof en Vrijheid, 46ste Jaargang, 4de aflevering, bladzij 339 tot 382.

Sluiten