Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omringen. Wij staan hier voor één van de ontzettende teekenen, die aan de wederkomst van Christus zullen voorafgaan. Wat zal het einde zijn van dezen ontzettenden verdelgingskrijg, die in de lucht, op het land, ter zee en zelfs onder het Water, zal worden gevoerd?

Wij kunnen den Heere niet genoeg danken, dat wij, als volk van Nederland, tot op dit oogenblik nog niet rechtstreeks in het krijgsbedrijf zijn betrokken, maar het oorlogsgevaar wierp ook over ons reeds zijn sombere schaduwen.

De mobilisatie verslond reeds tonnen gouds.

's Lands welvaart ontving een geduchten knak.

Heel het maatschappijleven is uit zijn voegen gerukt.

De bronnen van handel en nijverheid zijn voor een groot gedeelte toegestopt.

Het spook der werkloosheid waart reeds onder ons rond.

Aan den horizont der verschijnselen doemen donkere dagen op.

Vele gezinnen verkeeren in angst en vreeze.

En nu hebben wij nog niet eens met den oorlog kennis gemaakt, het zijn nog maar de geruchten van den oorlog, welke deze dingen over ons brengen.

Maar denkt u dan eens in, wat de gevolgen van dezen ontzettenden oorlog wezen zullen. Zij zijn onder geen woorden te brengen!

Wat in jaren door noesten vlijt op de berghoogten der cultuur werd opgericht, wordt in een korte spanne tijds in den afgrond der verwoesting neergeploft.

Bloedige slagvelden, verwoeste landen, bezwijkende volkeren, gedesorganiseerde gezinnen, geruïneerde menschenmassa's.

Lange lijsten van gewonden, verminkten en gesneuvelden.

Deze oorlog zal, indien Gods hand niet spoedig ingrijpt, in hevigheid en vernielende uitwerking alles te boven gaan, waarvan de historie tot dusverre gewaagde.

Groot is de verantwoordelijkheid van de vorsten en diplomaten, die, doordat zij het rad van de hoogere politiek steeds lieten draaien om de spil van het eigenbelang, ten slotte, door hun grenzeloos geknoei, zoo in de war zijn geraakt, dat zij met den oorlogsfakkel zijn gaan zwaaien, en Europa in brand hebben gezet. Het bloed der verslagenen zal van de slagvelden roepen om wraak, en het zal eens in den dag des gerichts en der afrekening van hun hand worden geëischt, door Hem, voor wiens aangezicht een gedenkboek is, en wiens troon is gegrondvest op recht en gerechtigheid.

Maar met dit al, staan wij, door een samenloop van allerlei omstandigheden, die niet* omgaan buiten het voorzienig bestel onzes Gods — waarover straks nader — voor al de benauwing en al de ellende van het ontzettende teeken, waarvan de Heiland sprak toen Hij zeide: „En gij zult hooren van oorlogen en geruchten van oorlogen

Sluiten