Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tweede Leerrede.*

Psalm 84 : 3, 4.

Welzalig hij, die al zijn kracht En hulp alleen van U verwacht,

Die kiest de welgebaande wegen;

Steekt hen de heete middagzon In 't moerbeidal; Gij zijt hun bron.

En stort op hen een milden regen,

Een regen, die hen overdekt,

Verkwikt, en hun tot zegen strekt.

Zij gaan van kracht tot kracht steeds voort;

Elk hunner zal in 't zalig oord Van Sion haast voor God verschijnen.

Let, Heer der legerscharen, let Op mijn ootmoedig smeekgebed!

Ai, laat mij niet van druk verkwijnen!

Leen mij een toegenegen oor,

O Jakobs God! geef mij gehoor.

Geliefden! Het is een bekend spreekwoord: „Ieder huis heeft zijn kruis . En zeker is het, dat om der zonde wil alle menschen, van eiken stand en eiken leeftijd, aan allerhande ellende onderworpen zijn. Het om onzentwil vervloekte aardrijk brengt ons distelen en doornen voort. Wij hebben met vele nooden en moeiten te kampen, staan aan allerlei gevaren bloot. Elke dag brengt vaak nieuwe zorgen. En het einde van ons tijdelijk leven is de dood, de bezoldiging der zonde. De mensch keert weder tot het stof, waaruit hij genomen is. Ervaart nu ieder menschenkind op zijn levenspad de gevolgen der zonde, — de rechtvaardige, die voor des Heeren Woord beeft en Zijnen Naam vreest, heef

* Gehouden 24 Augustus 1913.

Sluiten