Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de algemeene ellende te worstelen met den tegenstand, dien hij ondervindt op den weg der gerechtigheid. Hij heeft den strijd des geloofs te strijden; de aanvechtingen van duivel, wereld en eigen vleesch houden levenslang niet op; hij heeft te doen met uitwendige en inwendige vijanden, die hem met ondergang en bezwijken bedreigen. Hoe zal men nu in lijden en strijd nochtans standhouden, en ook, wanneer de stervensure komt, in vrede den dood tegengaan? De wereld zoekt bescherming tegen het kwaad, verzachting van het leed door allerlei vleeschelijke middelen, en tracht de vreeze des doods door aardsch genot te verdrijven. De rechtvaardige echter is met dat wereldsch pogen te schande geworden ; hij kan zichzelf niet helpen. De Heere is zijne toevlucht. Het Woord Gods is zijne sterkte en zijn troost. Dat geeft hem moed en kracht, en rust ook bij de gedachte aan sterven. Dat doet hem op den Heere vertrouwen temidden van den grootsten nood. Daarvan wil ik deze ure u prediken. Gij leest mijn

Tekst: Psalm 61 : 5, 6.

Ik zal in Uwe hut verkeeren in eeuwigheden; ik zal mijne toevlucht nemen in het verborgene Uwer vleugelen. Sela.

Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijne geloften, Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uwen Naam vreezen.

Volgens deze woorden van Isrels zanger David merken wij op: 1. wat hij in zijn gebed van den Heere verwacht; en geven 2. acht, waarop zijn vertrouwen berust.

Gebed.

Gezang 55 : 1, 2.

God heeft ons Zijn Woord gegeven;

'tWoord van God blijft eeuwig waar;

Wat zou ons dan ooit doen beven,

Zelfs in 't allergrootst gevaar ?

't Woord van God blijft eeuwig waar,

Zelfs in 't allergrootst gevaar;

Wat zou ons dan ooit doen beven ?

God heeft ons Zijn Woord gegeven.

Sluiten