Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met woord en daad, in leer en leven te getuigen, — de macht van reformatie, van waarachtige verbetering der zeden en bewaring van de zonde.

Gij verstaat wel, dat van zulke geloften in onzen Psalm, evenals in de geheele Heilige Schrift, geen sprake is. Juist in de geloften der heiligen Gods, van Z ij n e geloovigen, is openbaar de grootste, diepste afhankelijkheid van God, het erkennen van eigene krachteloosheid en onbekwaamheid en onverstand, en van Gods almacht en wijsheid, van Zijne vrijmachtige genade. Want geloften aan God brengen is te verkondigen: Gij, Heere, kunt helpen, anders geen. Het is zich overgeven aan Zijne vrijmacht: Heere, indien Gij wilt, Gij kunt het doen. Er is dan ook straks na ontvangene hulp geen andere roem dan deze: Gij, Heere, zijt de God der armen en ellendigen; Gij wilt wonen bij zondaars, die Gij heiligt door Uw Woord en Uwen Geest, en die Gij door het bloed Uws verbonds redt uit hun modderpoel (Zach. 9:11), en wien Gij het aan niets laat ontbreken, wat hun waarachtig goed is. — Zulke geloften heeft David op zijn veelvuldigen lijdensweg Gode gedaan. En de Heere heeft er naar gehoord, zijn gebed en smeekingen genadiglijk verhoord. Ondervonden heeft hij, dat God hem gered heeft keer op keer. Wanneer hij geen uitkomst wist, heeft God hem ongedachte uitkomst gegeven. Neen, de Heere heeft met hem niet gedaan naar zijne zonden, maar Zich aan Zijn knecht David betoond als een God van genade, zeer barmhartig en een Ontfermer. Voorwaar, dat heeft God gedaan naar Zijn eeuwig vreêverbond, niet ziende op David, die wegens zijne zonden des Heeren heil geheel en al verbeurd had, maar met het oog op Dengene, Die aan David beloofd was, den Messias, den Christus, het vóórgekende Lam Gods, welks offer Gode alléén behaagt. David wist ook wel, dat daérom de Heere naar zijne geloften gehoord had; en op dien grond heeft hij in vertrouwen uitgesproken, wie en wat de Heere hem geweest was, en nóg is en zijn zou. En, Geliefden! dat staat geschreven tot bemoediging en vertroosting van al des Heeren volk. Zij ondervinden het ook wel, dat God het gebed hoort. En waar zij Hem geloften deden van dank en prijs, wanneer Hij hen uit

Sluiten