Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

In vs. 7 en 8a van onzen Psalm lezen wij: „G ij zult dagen tot des Konings dagen toedoen; Zijne jaren zullen zijn als van geslacht tot geslacht; Hij zal eeuwiglijk voor Gods aangezicht zitte n". Wanneer David op zijne vlucht wegens de trouweloosheid van zijn zoon Absalom, die zoo snood oproer had verwekt, in zijnen nood tot den sterken God zijne toevlucht neemt, dan heeft hij zeker wel gebeden, dat hij mocht verlost worden en op den stoel zijns koninkrijks bevestigd, en de Heere alzoo Zijne genade en trouw bij hem handhaven en verheerlijken zou. David heeft dan wel gebeden om verlenging van zijn leven als koning over het volk, waarover God hem tot regeeren geroepen had. Maar uit heel zijne bede blijkt toch klaar, dat hij, door den Heiligen Geest geleid, haar heeft uitgestrekt tot, ja eigenlijk bedoeld heeft den door God beloofden Koning Christus, van Wien David in zijn tot koning-gezalfd zijn, èn in Zijn lijden èn in Zijne heerlijkheid schaduwbeeld was. Immers, hij vraagt om jaren tot des konings dagen te voegen, jaren „als van geslacht tot geslacht". Ja, hij zegt in zijn gebed tot God: Gij zult dat doen. Hij bidt in vast vertrouwen, pleitende op des Heeren beloften, op Diens trouw en waarheid in al Zijne toezeggingen. Zoo kan dat „in alle geslachten leven" van Davids persoonlijk leven niet gelden, want zijne jaren zouden ophouden, al werden zij ook vermeerderd. Hij zou niet eeuwiglijk voor Gods aangezicht zitten op den troon zijner heerschappij. En ofschoon zijn zoon Salomo hem in de regeering is opgevolgd, en in Juda de stoel zijns koninkrijks nog langen tijd zou voortduren, dat rijk zou een einde nemen, wanneer de beloofde Heerscher, de Silo komen zou, Wien de volken zullen gehoorzaam zijn. Duidelijk is het, dat Davids oog is gericht geworden op den Christus, van Wien de profeet Nathan hem Gods belofte hooren deed: „Wanneer uwe dagen zullen vervuld zijn, en gij met uwe vaderen zult ontslapen zijn, zoo zal Ik uw zaad na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal; en Ik zal Zijn Koninkrijk bevestigen. Die zal Mijnen Naam een

Sluiten