Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloovigen de strijd en het lijden menigmaal bang zijn vanwege hunne doodvijanden, den duivel, de wereld en hun eigen vleesch, — want zeiven kunnen zij, zwak als zij zijn, zich niet bewaren, — nochtans zullen zij niet omkomen, want Christus is Koning. Hij heeft alle vijanden overwonnen voor hen, en Hij overwint i n hen. Gelijk het met hun Koning gegaan is in de wereld, zoo gaat het met Zijne onderdanen, n.1. door lijden tot heerlijkheid, door strijd tot de zegepraal.

II.

Volgens vs. 8b bidt David: „Bereid goedertierenheid en waarheid, dat zij Hem behoeden". Eigenaardige bede, waar zij toch den eeuwigen Koning bedoelt, den Koning, die eeuwiglijk voor Gods aangezicht zitten zal. Op Dezen toch is door den Heiligen Geest het oog van David gericht, ofschoon hij ook hierbij wel aan zich zeiven moge gedacht, en den Heere om bescherming en behoeden gebeden zal hebben, opdat hij rust en vrede van zijne vijanden mocht hebben, zich verblijden in Gods goedertierenheid en trouw en ondervinden mocht, dat Gods waarheid in de toezegging Zijner beloften staande was gebleven. O, zekerlijk geeft David met deze bede te kennen, dat de veiligheid en duur van zijn koninkrijk gelegen is in de barmhartigheid en trouw van God, dat het niet van Davids kracht en wijsheid, bekwaamheid en dapperheid afhangt, — dat het alles in 's Heeren handen is. En daarmede vertrouwt hij zich met heel zijn lot aan die almachtige, genadige en trouwe handen toe. Maar óók dit getuigenis, deze bede en begeerte strekken zich uit tot Christus' Koninkrijk. Juist, waar David door den Heiligen Geest van den Christus getuigt: „Hij zal eeuwiglijk voor Gods aangezicht zitten", daar gedenkt hij aan den tegenstand van den duivel en de wereld en van alle vleesch tegen Gods regeeren en heerschen, den tegenstand tegen de gerechtigheid en waarheid Gods. Immers, daarvan had David in zijn vervolgd worden als Gods gezalfde allerlei ervaringen gemaakt door de vijandschap van Saul en diens aanhang En zoo ziet hij dan het Koning-zijn van Christus als van alle kanten bedreigd. Dat doet hem de bede slaken :

Sluiten