Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemeenschap tusschen Oriëntalisme en Christendom een dergelijk onderzoek op het gebied van het Jodendom onderstelt. Men heeft reeds gesproken van het bestaan eener voorchristelijke Joodsche „gnosis". Ook hier opent zich een terrein van onderzoek, waarop nog veel arbeid te verrichten is.

Ten slotte, gelijk het altijd gaat bij de ontdekking van nieuwe factoren, zijn er geleerden, die met den nieuwen sleutel alle deuren openen en b.v. het ontstaan des Christendoms verklaren op zulk een wijze, dat aan de bronnen geen recht wedervaart. Het diep besef van zonde, dat bijna overal in het N. T. aanwezig is, wijst op een, in het hart der zaak liggend, verband met de zeer on-Helleensche, Israëlitische vroomheid.

Wat is nu echter dit Oriëntalisme? Het is er nog verre van af, dat wij dit verschijnsel in zijn „leben und weben" zoo zouden kennen, dat wij alle vragen, die zich opdoen bij de beschouwing van de aanraking tusschen het Christendom en deze geestesmacht zouden kunnen onderscheiden. In de tweede eeuw onzer jaartelling teekent deze aanraking zich voor ons oog het scherpste af.

Met alle voorbehoud dus omtrent het willekeurige van de keuze, zou ik uit de vele gedachten, die tot het geestelijk erfdeel der Levantijnsche wereld in den Keizertijd behoorden, een viertal willen afzonderen, waarover de populaire „wetenschap" en de „godsdienst" van den gewonen man, het in beginsel eens waren. Deze vier grondgedachten hebben n.1. de eigenaardigheid, dat zij voor ons besef bijeengehouden worden door hun verband met het antieke wereldbeeld, dat van het onze zoozeer verschilt.

In de eerste plaats noemen we dan de overtuiging, dat het menschelijk lot beheerscht wordt door eeneproedestinatie (<lu.uoixtt>jj) en dat de verlossing (acorijgia) bestaat in het ontkomen aan dit noodlot.

Sluiten