Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Attis, e. a. De leer en het lot van den god wordt mondeling of schriftelijk overgeleverd en deze geheele overlevering geldt als een openbaring.

Gewoonlijk omvat deze openbaring, waarvan wij in de z.g. Hermetische litteratuur een voorbeeld hebben, de kosmologische, theogonische en anthropologische grondgedachten van het Oriëntalisme in de eene of andere aankleeding.

Deze gedachten omtrent het wezen van de zichtbare wereld met den mensch en de onzichtbare wereld met hare geestesmachten en het verband tusschen die beiden, vormen ook hier en daar den herkenbaren achtergrond der z.g. mysteriegodsdiensten. Zij brachten n.1. den mensch door sacramenteele handelingen, die somwijlen sterke gelijkenis vertoonen met de Christelijke sacramenten van doop en avondmaal, in contact met een goddelijke macht, die hem „verloste". Die verlossing is vaak gedacht als een onzichtbaar of ongrijpbaar worden voor vijandige machten, die de ziel bij het verlaten van haar stoffelijk omhulsel zouden belagen. Deze vijandige machten huizen n.1. niet slechts in het ondermaansche, maar ook in de hoogere sferen, ja zelfs de beheerschers dier hemelen worden wel als zoodanig gedacht. Herinneren wij ons de woorden, die uit Hom. 8 werden aangehaald, dan wordt het begrijpelijk, hoe sommige geleerden handhaven, dat de „liefde Gods" waarvan daar gesproken wordt, voor Paulus niet onvereenigbaar behoeft geweest te zijn met het sacramenteele, het voor ons besef min of meer magische.

Dat dit laatste element in de brieven van Paulus niet afwezig is, blijkt b. v. ook uit de bekende plaats over het huwelijk, I Cor. 7.

Dit geheele onderwerp wordt door Paulus niet alleen, maar ook door lateren uit een oogpunt bezien, dat aan ons Westersch denken vreemd is, n.1., dat al wat tot onderhoud en voortplanting des levens dient in zijn geheimzinnigheid plaats openlaat voor het binnensluipen van onzichtbare machten.

Sluiten