Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een geleerde, die in dit verband onlangs handelde') over het z. g. Aposteldecreet (Hand. 15) wijst er op, dat uit dit gezichtspunt te verklaren is, waarom een zeker deel der Christenheid aldaar vast hield aan Joodsche spijswetten en tegelijk sexueele overtreding daarmede op een lijn moest stellen.

In allen gevalle de gevaren, die de antieke mensch vreesde en zocht te ontgaan, alsmede de middelen, waardoor die „verlossing" werd bereikt, onderstellen gezamenlijk een kennis van de onzichtbare wereld. Die kennis kan in de hoogte der bespiegeling zich verliezen, zij kan ook wegzinken in wat wij bijgeloof noemen — een zeker gemiddelde blijft echter als onaantastbare overtuiging van de publieke opinie dier dagen bestaan.

Voor deze publieke opinie stond het ook vast, dat de mensch een samengesteld wezen is, dat slechts ten deele aan een hoogere wereld is verwant.

Wanneer wij de philosophen op dit punt ondervragen, krijgen wij ten antwoord, dat de mensch is een ^wov loyixóv, d. w. z., hij onderscheidt zich van alle andere levende wezens door het bezit van de gave der logica. Het menschelijk redeneervermogen is hetgeen hem eigenlijk verheft boven alle andere schepselen. Nog een stap en wij komen tot de stelling, dat de logos in den mensch een vonk is van den Logos, die het heelal organiseerend doordringt en draagt. Die stap is niet uitgebleven. Evenmin heeft men geaarzeld daaruit de consequenties te trekken. Indien „denken" het hoogste is, waartoe de mensch begaafd is, moeten ten behoeve der intellectueele werkzaamheid alle storende invloeden uit het gewone leven worden onderdrukt. Zoo komt men dan vanzelf tot ascese.

In deze zelfde richting drongen ook motieven van godsdienstigen aard. De voorstelling van een hemelreis, die de ziel, na het verlaten van haar lichaam, had af te leggen om

') Expodtor, Jan. 1914, pp. 40—61: B. W. Bacon, The Apostolic Decree against iiopneia.

Sluiten