Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der toekomst, door de verhevenheid der geboden en het alles beheerschende monotheïsme."

Welk een beteekenisvolle bekentenis! Hier zien wij wat voor een Oriëntalistischen geest, die het levenslicht aanschouwde in de streken van Eufraat en Tigris, man van litteraire ontwikkeling en positie te Rome, de eigenlijke aantrekkingskracht van het Christendom vormde. Het begint met den stijl van den Bijbel, dan de kosmologie, dan de profetiën, dan het ethische en tenslotte het monotheïsme, dat met de eischen zijner geesteswereld overeenstemde. Het eigenlijk godsdienstige, de verlossing uit innerlijke conflicten, vermeldt echter hij niet.

„Toen mijn ziel dit goddelijk onderricht had opgenomen, begreep ik, dat het Hellenisme op den weg der verdoemenis is, maar dat deze leer de kosmische slavernij (ri\v tv xóa^co SovhLav) vernietigt en ons ontrukt aan de vele archonten en myriaden van tyrannen. Zij geeft ons geen vreemd goed, maar iets dat onze dwaling ons belette vast te houden, hoewel wij het ontvangen hadden".

Voor dezen denkenden Christen der Il> eeuw is het Christendom dus in den grond „geen vreemd goed", feitelijk niet veel anders dan de „natuurlijke", de „redelijke godsdienst", dien hij reeds vroeger gezocht had, in éen woord: een gezuiverd syncretisme.

Welk een kloof scheidt hem van Paulus en dat nog te meer, wanneer we letten op het Oriëntalisme, dat ook daar te vinden is. Immers Tatianus beschrijft zijn „bekeering" als volgt: (XXX1) „Nu ik dus van dit alles begrip gekregen heb, wil ik als kinderdwaasheid (den ouden mensch) afleggen. Wij weten toch, dat het kwaad in zijn organisatie te vergelijken is bij de fijnste zaadjes, daar toch deze (oude mensch) door de geringste aanleiding tot wasdom komt. Maar wanneer wij den Logos Gods gehoor geven en onszelven niet versnipperen, zal hij ook weder vergaan ..."

Deze passage is in het oorspronkelijk wat verward overge-

Sluiten