Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bidden we echter vooraf tot Hem, Die ons alleen het geheim des gebeds kan leeren.

GEBED.

Tekst: 1 Kron, 5: 10.

„Want Jabez riep den God Israëls aan, zeggende'. Indien Gij mij rijkelijk zegenen en mijne landpale vermeerderen zult, en Uwe hand met mij zijn zal en Gij het met het kwade alzóó maakt, dat het mij niet smartei En God liet komen, wat hij begeerde".

Al schijnen de geslachtsregisters de dorste gedeelten uit onzen Bijbel, Gel.! toch is dit inderdaad niet zoo. Reeds op zichzelve hebben zij onberekenbare waarde. Terecht heeft da Costa g9zegd: „Wat de graat is voor de visch, en het gebeente voor het lichaam, dat zijn de geslachtsregisters voor de geschiedenis van het Godsrijk".

Maar bovendien komen er opmerkingen in voor, die een wereld van gedachten voor onzen geest ontsluiten. We herinneren U slechts aan het majestueuze, hartontroerende refrein uit de geslachtsregisters van Genesis: „en bij stierf — en hij stierf — en hij stierf'. Zoo ook hier, waar ons de nakomelingen van Juda worden vermeld. Bij den naam Jabez houdt de heilige schrijver ons even stil. Daar zal een getuigenis van hem gegeven worden; hoort: „Jabez nu was heerlijker, dan zijn broeders". Heerlijker? Waardoor? Door een groot grondbezit? Door een reusachtigen veestapel? Door wetenschap of kunst ? Of misschien door dapperheid en roem ? Neen, Gel.! wegens het bezit van deze zaken noemt de Bijbel ons niet heerlijk ! De helden des Bijbels zijn heerlijk door iets gansch anders; iets dat op de knieën wordt verricht: het gebed. Jabez was heerlijker dan al zijn broeders, omdat hij een bidder was! Als zoodanig is hij thans bet onderwerp onzer overpeinzing.

Jabez, een ware bidder,

dat schrijven we boven onzen tekst. En we worden achtereenvolgens gewezen op

I. De beperking van zijn gebed.

II. Het geheim van zijn gebed.

III. De kroon van zyn gebed.

Sluiten