Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betraand oog, wegzinkend in des Heeren groote daden aan Zijn arm volk bewezen, roepen ze elkander toe: „Komt, aanschouwt de daden des Heeren". Het was waar, wat Rabsaké in grootspraak had geroepen: „Niot één van de goden der volken heeft zijn volk uit mijn hand kunnen verlossen". Maar d&t had de Heere gedaan! Zijn Naam zij geprezen! „De Heere der heirscharen is met ons, de God van Jacob is ons een Hoog Vertrek".

Zulke bladzijden moeten wij ook in ons dagboek hebben, Gel.! Ju, wij moeten door genade een geestelijk Dagboek hebben. Als de kerk zingt: „God is ons een Toevlucht en Sterkte", o! vraag u dan af, of ge kunt instemmen met dat volgende: „Hij is — óók voor mij — krachtiglijk bevonden een Hulp in benauwdheden". In den weg der ervaring leeren we, Wie GodJ is voor een schuldig, behoeftig volk, dat gansch hulpeloos tot Hem vlucht!

O, zalig! als op den Biddag dat geestelijk Dagboek bij ons eens mag opengaan! Dan, gedenkende, hoe vóór dezen de Heere ons Zijn gunst heeft bewezen, zingen we:

„God is een Toevlucht voor de Zijnen,

Hun Sterkt' als zij door droefheid kwijnen.

Zij werden steeds Zijn hulp gewaar In zielsbenauwdheid, in gevaar".

II.

En dan kunnen we ook, maar dan ook alleen, de zalige gevolgtrekking maken, die hier de dichter in kinderlijk geloof uit het voorgaande trekt: „Daarom zullen wij niet vreezen, al veranderde de aarde hare plaats, en al wierden de bergen verzet in het hart der zeeën". „Daarom zullen wij niet vreezen" — de dichter, Ge!.! is maar niet in een dichterlijke verrukking, zonder grond voor zijn geestdrift te hebben. O neen! bij al zijn geestdrift mag hij een heilige logica beoefenen, d.w.z. hij kan een gezonde en gegronde verklaring van zijn blijde hope geven. Daarom — daar ligt die heilige bewijskunde in. Men spreekt in onze dagen zooveel over wiskundige zekerheid. Die — zoo zegt de wijsheid onzer eeuw, die dwaasheid is voor God! — moeten we van alles hebben, en dan zeker van de onzienlijke dingen. Welnu, hier is iemand, die wiskundige zekerheid heeft van de eeuwige dingen. „Daarom zullen we niet vreezen", —

Sluiten