Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen vanwege het Classicaal Bestuur van Utrecht verleden jaar tot mij het verzoek kwam, om op de bijzondere Classicale vergadering in October te spreken over de Ned. Herv. Kerk als Volkskerk, heb ik gemeend aan dit verzoek te moeten voldoen. Het onderwerp is immers van het allergrootste belang, te meer waar op dit terrein zooveel verwarring en misverstand heerscht.

Ook de Afdeeling der Confessioneele Vereeniging te Utrecht was zich van het groote belang dezer zaak bewust, en vroeg mij daarom bovengenoemd onderwerp in een openbare vergadering ook voor haar te behandelen.

Dankbaar heb ik hierin bewilligd, en zoo hebben wij dan het genoegen met U over deze belangrijke zaak te spreken.

Het is zeer noodig tot recht verstand, dat wij duidelijk zeggen, wat wij onder kerk en volkskerk verstaan. Gelijk wij reeds opmerkten, zoekt men door hetzelfde woord aan verschillende begrippen uitdrukking te geven.

Verder zij er nog aan herinnerd, dat wij naar den aard der zaak spreken over wat genoemd wordt de zichtbare kerk. Niet, dat wij de beide begrippen, zichtbare en onzichtbare, zóó zeer willen scheiden, dat zij bijna tot tegenstellingen worden. Dat wordt tegenwoordig veel gedaan, tot groote schade der zaak. Men meent zich zoo uit de moeilijkheden te kunnen redden, doch men werkt er zich te dieper in. Men bedenke, dat het alleen maar onderscheidingen zijn, de benamingen zichtbare eri onzichtbare kerk, geen scheidingen. Zonder onzichtbare zou er van een zichtbare kerk geen sprake zijn. De eerste is de onzichtbare kern of ziel van de tweede, of zoo men liever wil, de zichtbare is de openbaringsvorm der onzichtbare. Dit worde steeds in het oog gehouden.

Sluiten