Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze massa zou kerkachtig ingericht worden, echter heel vrij, opdat niemand iets als een knellenden band voelde. Deze inrichting der massa zou zooveel als een paedagogisch hulpinstituut zijn, dat zijn doel niet in zichzelf, doch in de „ware" kerk had. Men moest dus godsdienstig opgevoed worden in deze massa-„kerk", om zich dan gedrongen te voelen, zich naar de „ware" te begeven. De laatste zou dus haar hulptroepen uit de eerste betrekken.

Deze idee was zuiver theoretisch, geheel philosophisch, los van het wezen der kerk als zoodanig. Er ligt natuurlijk iets in, dat bekoort. Aan een ieder zweeft het ideaal voor oogen, dat de kerk volmaakt moet zijn naar haar innerlijk wezen. Dit is de geheele kerkhistorie door op te merken. Precies zooals men denkt, dat een kind van God volmaakt moet zijn. En als men ook hier den bodem der Schrift verlaat, komt men eveneens naar rechts en links tot verkeerde gevolgen.

De idee van Schleiermacher was te abstract, te veel staande buiten het leven. Daarom kon zij niet toegepast worden. Hij volgde nu een anderen, meer praktischen weg, ofschoon hij aan zijn grond-denkbeeld is blijven vasthouden.

In het voorbijgaan zij opgemerkt, dat ook in ons land, ten aanzien van onze Nederlandsche Hervormde Kerk aan velen deze eerste weg van den Duitschen philosoof-theoloog aanbevelenswaard schijnt. Men wil immers kleinere godsdienstige kringen tot een „kerk" maken, met gedeeltelijke prijsgeving van het andere volk, dat men echter van de kerk uit als een soort zendingsterrein wil bewerken. Men vergeet dan echter, dat men het volk van onze kerk niet losscheuren mag. Men moet den natuurlijken, den in het wezen der zaak gelegen weg volgen. Men denke niet, dat wij geen waardeering voor de bedoeling kennen, maar den weg goedkeuren mogen we niet. Hij is een menschelijke vinding; en deze mag op de erve der kerk niet geduld j worden, en zal op den duur ook geen innerlijke en wezenlijke vrucht opleveren.

Sluiten