Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaat alles onder vromen schijn, doch de Heere rukt ons het vrome omhulsel af en roept ons toe: Ik weet wel wat er in uw hart leeft. „Gijlieden zegt: wij hebben een verbond met den dood gemaakt, en met de hel hebben wij een voorzichtig verdrag gemaakt. Wanneer de overvloedige geesel (de groote tuchtroede) doortrekken zal, zal hij tot ons niet komen, want wij hebben de leugen tot onze toevlucht gesteld en onder de valschheid hebben wij ons verborgen" (Jes. 28: 15).

Zoo ontdekt en bespot de Heere de gronden en hulpmiddelen, waarmede wij Gods Kerk pogen te bouwen. Ineenstorten zullen ze!

Maar Gods fundament blijft eeuwiglijk.

„Ziet, Ik leg in Sion een uitersten Hoeksteen, die uitverkoren en dierbaar is."

Niettegenstaande al onze boosheid en dwaasheid zal God toch Zijn Kerk bouwen en zondaren zalig maken.

Daartoe legt Hij Christus ten fundament, een onwankelbaar, onveranderlijk, heerlijk, Goddelijk fundament.

Deze Christus is Gode uitverkoren en dierbaar.

God de Heere heeft als het ware rondgezien onder allen die in hemel en op aarde waren, engelen, aartsengelen, menschen. Niemand kon helpen, niemand redden, niemand zondaren verlossen, niemand Gods Kerk bouwen. Doch daar zag de Vader Zijnen eigen Zoon, daar zag Hij den Heere Jezus Christus vleesch geworden, wandelende onder de menschenkinderen. En die heeft de Vader uit allen uitverkoren, van eeuwigheid verkoren, als den Éénige, die als de Middelaar eene Gemeente zoude kunnen verlossen en zaligen. Daarom gingen de hemelpn open, eenmaal en andermaal, en v»or de ooren van engelen en menschen sprak God de Vader: „Deze is Mijn geliefde Zoon, in wel-

Sluiten