Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer onze liefdeloosheid en eigenliefde openbaar kwamen, des te heerlijker straalt daar boven uit Ziine liefdevolheid, Zijne genade en ontferming, Zijn geduld en medelijden, dat Hij voor ons gekomen is, toen wij nog zondaars waren. Zoo is Hij dan liefelijk, dierbaar, ja het een en al voor ons, die zonder Hem verloren zijn. Hij is het, die ons met God verzoende, die ons tegen Satan en zijn rijk bewaart, en niet alleen ons, maar heel Zijne Gemeente.

Nu verstaan wij er iets van, dat Hij bij God uitverkoren en dierbaar is. Ja, wij kiezen Hem ook boven al het andere. Hij draagt de banier boven tienduizend. Alles wordt ons schade en drek voor de kennisse van onzen lieven Heiland Buiten Hem is er geen leven, maar een eeuwig zielsverderl'

III. Wat Hij is voor de ongehoorsamen.

Zoo zult Gij zijn voor mijn gemoed Mijn Rots, mijn deel, mijn eeuwig goed.

Zoo zingt midden uit den nood het geloof. Heere Jezus, Gij zijt mijn Rots! God de Vader heeft U ten Grondsteen gelegd, waarop Zijne gemeente veilig is. Heere Jezus, Gij zijt mijn Petra, mijn Steenrots!

Heerlijk, als wij zoo roemen mogen! Zalig die in Hem gelooven!

Maar, mijne hoorders, als wij het niet gelooven, dan blijft Hij toch de Steenrots, de Petra, het onwankelbare Fundament. Ons ongeloof kan den Heere Jezus niet veranderen, Hem Zijne heerlijkheid niet rooven. Hij blijft Dezelfde.

Maar w ij gaan door ons ongeloof verloren.

Christus is de eenige Zaligmaker! Hebben wij Hem niet, dan hebben wij geen Zaligmaker. Maar erger nog: dan zullen wij voor ons ongeloof en onze ongehoorzaamheid

Sluiten