Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogelijk is. 1) Als een brieschende leeuw zal hij omgaan, zoekende, wien hij zou mogen verslinden, ware het mogelijk ook de uitverkorenen.2) Geen beter middel weet hij daartoe te gebruiken dan het werk van den Vhristus na te bootsen. Die nabootsing zal eens het hoogst openbaar worden in den Antichrist.

Van den Christus belijden de geloovigen : wij belijden, dat God de belofte, die Hij den Oudvaderen gedaan had door den mond Zijner Heilige Profeten, volbracht heeft, zendende Zijnen eigen, eenig geboren en eeuwigen Zoon in de wereld, ten tijde door Hem bestemd, Dewelke eens dienstknechts gestaltenisse aangenomen heeft en den mensch gelijk geworden is, waarachtiglijk aannemende eene ware menschelijke natuur, met al hare zwakheden, uitgenomen de zonde. Wij gelooven, dat God, Die volkomen barmhartig en rechtvaardig is, Zijnen Zoon gezonden heeft om aan te nemen de natuur, in welke de ongehoorzaamheid begaan was; om in haar te voldoen en te dragen de straf der zonden door Zijn zeer bitter lijden en sterven. Zoo heeft dan God Zijne rechtvaardigheid bewezen tegen Zijnen Zoon, als Hij onze zonden op Hem gelegd heeft; en heeft uitgestort Zijne goedheid en barmhartigheid over ons, die schuldig en der verdoemenis waardig waren, voor ons gevende Zijnen Zoon in den dood, door een zeer volkomene liefde, en Hem opwekkende tot onze rechtvaardigmaking, opdat wij door Hem zouden hebben de onsterfelijkheid en het eeuwige leven.3)

Gelijk de Heilige Schrift spreekt van een Zoon des Vaders, zoo spreekt zij ook van een zoon des verderfs. Er zal eene incarnatie, eene vleeschwording van satanische machten geopenbaard worden. Satan zal in eenen varen, gelijk hij eens in Judas voer. Die eene, die mensch der zonde, die Zoon des verderfs, zal de antichrist zijn. In hem zullen al de antichristelijke geesten vereenigd zijn en bun hoogtepunt bereiken. Hij zal geheel tot Satans beschikking staan. Door hem zal Satan zich tegen Christus stellen. Wordt in Openbaring 13 de komst en het beeld van den antichrist geteekend, dan zal zijne openbaring vreeselijk zijn. In dat hoofdstuk lezen we van een beest, dat opkomt uit de zee, dus opkomt uit het leven der

1) Openb. 12 : 5—18.

2) 1 Petr. 5:8; Hebr. 13 : 22.

3) Art. 18, 20 N. G. B.

Sluiten