Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons reeds aan tot voorzichtigheid, al mag die naam daarom op dien grond nog niet afgekeurd worden J). De naam „Volkskerk" is een korte en o. i. zeer bruikbare term voor de gedachte, die ons bezielt, juist omdat die term twee begrippen in zich bevat, die we beide tot hun recht willen laten komen, nl. volk en kerk. Wij, die namelijk de „Volkskerk" willen handhaven, willen zoowel opkomen voor het volk als volk als voor de Kerk in hare goede, ware, rechte gestalte. Maar daaruit komt dan ook een zekere spanning voort in dat ééne begrip „Volkskerk", die tot moeilijkheden geleid heeft en nog steeds leidt, moeilijkheden, die we niet ontkennen, maar die we onvermijdelijk achten, omdat we nu eenmaal hier op aarde steeds leven in den toestand van het relatieve, van het betrekkelijke. Deze moeilijkheden kunnen daarom naar onze overtuiging theoretisch ook nimmer volkomen opgelost worden. Zij kunnen alleen praktisch zooveel mogelijk worden ondervangen, en wel door eene goede, strenge en toch ruime, soepele, gemakkelijk zich aan het leven aansluitende organisatie. En zulk eene organisatie nu is de eenige Schriftuurlijke2), d. i. de presbyteriale organisatie, waarbij de regeering der Kerk veel meer berust op overreding, vermaning door middel van het Woord dan op dwang, waarbij de leden niet op juridische wijze worden gestraft en afgesneden, maar waarbij op broederlijke wijze tucht wordt uitgeoefend „niet om terneder te werpen en te verstrooien, maar om op te bouwen en te vergaderen" 3).

Het begrip „Volkskerk" dan bevat in zich een zekere

1) Datzelfde toch is het geval met de woorden: drieëenheid, voorzienigheid, erfschuld enz., welke dogmatische termen toch niemand afkeurt.

2) Vg. eene vroeger in dit tijdschrift verschenen verhandeling «De presbyteriale organisatie de eenige Schriftuurlijke» (1910, ook afzonderlijk).

3) Vg. mijne brochure Reorganisatie eisch van Gods Woord, met artikelen over ide nieuwe actie» (bedoeld is de Geref. Bond) J. H. Bredee 1907.

Sluiten