Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijdenis der Kerle) is geheel van ondergeschikt belang, aangezien er immers geen eigenlijke openbaring (allerminst eene openbaring van eenige leerwaarheid) bestaat".

De moderne Volkskerkgedachte is dus opgekomen 1°. uit het relatief maken van de waarheid (vooral door den wijsgeer Hegel) en 2°. uit de scheiding van leer en leven of, anders uitgedrukt, uit de scheiding van den inhoud des geloofs (fides, quae creditur) van de daad des geloofs zelve (fides, qua creditur).

Schleiermacher nu is de man geweest, die vooral deze laatste gedachte het eerst duidelijk en systematisch heeft uitgesproken in zijne Glaubenslehre en daarin door de ethischen maar al te ver is gevolgd, al is het dan ook dat een man als Gunning, toen hij de verkeerde gevolgen zag, nog ernstig heeft gewaarschuwd en mede dan ook daardoor zich op het laatst van zijn leven met zoo groote beslistheid gevoegd heeft bij de beweging van reorganisatie. Schleiermacher was de man van het eenzijdige en daardoor onschriftuurlijke: „op de vroomheid des harten komt het aan". Hij was de man van het „religieuse gevoelhet „gevoel van volstrekte afhankelijkheid".

Hij kwam uit gemoedelijk-vromen, Hernhutterschen kring. En hij heeft ongetwijfeld groote verdienste, doordat hij tegenover het koude rationalisme en materialisme zijner dagen met zoo groote warmte en geestdrift opkwam voor de rechten van het vrome gemoed en daardoor voor de zelfstandigheid van den godsdienst in het algemeene geestesleven der menschheid*). Daardoor heeft hij,

dit moderne beginsel heeft beseft, blijkt uit het krachtige protest ertegen van prof. Gunning in zijn Komt het op vroomheid des harten aan ? (1893). Maar daarom is het ook zeer onbillijk en onjuist de „ethischen" kortweg met de modernen op ééne lijn te plaatsen.

1) Zie vooral zijne Reden über die Religion (1796), gehouden voor de „Gebildeten unter ihren Verachtern''. Vg. daarover de belangrijke dissertatie van Dr. W. J. Aalders.

Sluiten