Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarbij dan de leer niet anders wordt dan de beschrijving, de bewustwording 1), de neêrslag van het innerlijke leven.

Voor Schleiermacher dan was het leven het eerste en eigenlijke. Daarna pas kwam de leer als de min of meer gebrekkige omschrijving van het leven. De leer was hiermede geheel secundair geworden, zij was op de tweede plaats gesteld en het was slechts consequent om te beweren, zooals de modernen later deden, dat de inhoud van wat men geloofde, er eigenlijk in 't geheel niet op aankwam.

Dit alles kwam echter voort uit eene eenzijdige tegenover-elkander-plaatsing en scheiding van leer en leven, zooals deze in de H. Schrift nergens gevonden wordt en ook in strijd is met het wezen van het ware geloof. Het ware geloof toch, in onderscheiding b.v. van het historische of bloot-verstandelijke geloof, is altijd een zaak van den ganschen mensch, d. i. van verstand, gevoel en wil tezamen. Daarom leert de Schrift ons ook, dat het gewerkt wordt niet alleen door den Geest, maar door Geest èn IVoord, alzoo het mystieke en het intellectueele, als ik mij zoo eens mag uitdrukken, samenvoegende. Onze Catechismus verbindt dan ook den inhoud des geloofs en de daad des geloofs, kennis èn vertrouwen (terwijl hierbij zelfs het vertrouwen geen oogenblik losgemaakt wordt van zijn inhoud), als hij zegt: „Een oprecht geloof is niet alleen een zeker weten of kennis, waardoor ik het alles voor waarachtig houde, wat ons God in zijn Woord geopenbaard heeft, maar ook een zeker vertrouwen,

uitgaat — om de leer. Deze tegenstelling is natuurlijk zoo onbillijk mogelijk ... Neen, niet daarin ligt het verschil, maar hierin dat men van ethischen kant nu ook voor de theologie als zoodanig van dit leven wil uitgaan, en de begrippen, d. i. de leer, daaraan subordineert. Plat gezegd, en daardoor alleen a potiori, is het bij de orthodoxie: door de leer tot het leven; bij de ethische richting: door het leven tot de leer."

1) Hier raken Hegel en Schleiermacher, hoezeer ook wijsgeerig antipoden, elkander en daarom kan men ook beiden noemen de vaders der moderne theologie, evenals bij ons de speculatieve Scholten en de empirische Opzoomer.

Sluiten