Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijken, Christelijken geest („Gesammtgeist ), zooals die zich in de Kerk openbaarde en die dan mocht beschouwd worden als „de Geest van Christus", aangezien de Kerk toch aan Christus haar ontstaan dankte. En in dit verband werd dan ook gewezen op de Schrift en de belijdenisschriften als kenbronnen voor het ware, geestelijke leven. Toch was ten slotte de laatste maatstaf, die bij dit „geloof der Kerk" of „geloof der Gemeente" ') moest worden aangelegd, weer de vrome Christen van de 19e eeuw, die immers aan het einde van den langen ontwikkelingsweg stond. Zóó bleef men dan toch weer tusschen het objectieve en het subjectieve zich heen en weer bewegen, met principieele verlegging echter van het zwaartepunt naar het subjectieve, waarom dan ook het eigenlijke modernisme het ten slotte op de rechterzijde van de Schleiermacheriaansche school gewonnen heeft.

Maar vandaar dan ook het eigenaardige verschijnsel, dat menigeen uit de school van Schleiermacher (zooals bij ons de la Saussaye Sr. en Gunning) in zijne geloofsbelijdenis nog zeer dicht aan de H. Schrift en aan de belijdenis der Kerk aansloot, omdat hij persoonlijk nog geheel uit het aloude, Christelijke geloof leefde. De band aan de H. Schrift, waarvan Gods Geest in de waarlijk levendgemaakten getuigde2), bleef trekken ook zonder dat men het zich altijd zoo klaar bewust was.

Zóó nu echter wordt duidelijk, hoe door de achterstelling van de leer bij het leven in de school van Schleiermacher (voorzooverre men geen heil wilde zoeken in „vrije Gemeenten", doch op het volk als volk invloed wilde blijven oefenen) noodwendig de moderne Volkskerk-

1) Ook J. H. Gunning zocht hierin een tijdlang den „maatstaf', doch keerde later al meer daarvan terug. Vg. Het Geloof der Gemeente als theologische maatstaf des oordeels in de wijsbegeerte van den godsdienst. Utrecht 1890. Later gaf Gunning „de wijsbegeerte van den godsdienst" als zijnde geen „theologisch" leervak, over om er een ander leervak voor in de plaats te nemen.

2) Het „testimonium Sp. S. internum".

Sluiten