Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hadden verlaten. Maar zoo is dan het gevolg geweest, dat men geen kerk, geen werkelijke, belijdende, Christelijke Kerk meer overhield, doch slechts de caricatuur eener kerk.

Mij dunkt, verdere kritiek van deze moderne Volkskerkgedachte is overbodig. De beschrijving van haar ontstaan en hare verwording is reeds genoegzame kritiek. Het is dan ook verblijdend, dat ernstige moderne historici als Ernst Troeltsch het onhoudbare dezer moderne Volkskerkidee inzien, voor hun beginsel de „vrijc-kerkidee" principieel hebben aanvaard x) en den thans heerschenden toestand alleen beschouwen als een feitelijk ook met het moderne beginsel niet strookend compromis.

Intusschen, men kan, zooals we reeds in den aanvang opmerkten, bij „Volkskerk" óók het andere lid „kerk" overspannen, en dan verliest men noodwendig het „volk". Dit is bij ons geschied door Dr. Kuyper c. s. en dit

„geloof in Christus" geheel onafhankelijk was van alle historische kritiek en zou blijven, ook als voor „de kritiek" Jezus' bestaan geheel problematisch geworden was. Daardoor werd later bij ons de „ethische" richting al te dikwijls met de „critische" richting vereenzelvigd, hetgeen onbillijk was tegenover de ethischen der rechterzijde.

In het hooghouden van den band aan de Schrift en van het historische moment ligt de verdienste van de van ethische zijde vaak te hooghartig bejegende Utrechtsche apologetische school van Doedes en van Oosterzee. Vg. over de beteekenis dezer school Dr. W. A. Joubert, De verhouding van gelooven en weten in de Nederlandsche Theologie der 19de eeuw, in het bijzonder bij Doedes en van Oosterzee, Swets en Zeitlingen Amsterdam 1910.

1) Zie Schleiermacher, der Philosoph des Glaubens, 1910, S. 35: „Als er nog een krachtige en overwinnende toekomst voor het Protestantisme

is dan zal deze alleen mogelijk zijn op den weg, door Schleiermacher

in grondtrekken aangewezen." Het is merkwaardig den voortgang der moderne gedachte op dit punt in een eerlijk en kundig man als Troeltsch na te gaan. In 1907 was hij zoo ver nog niet (zie zijne zeer belangrijke rede Die Trennung von Staat und Kirche, der Staatliche Religionsunterricht und die theologischen Fakultdten, Tübingen Mohr). Hij laat blijkbaar met moeite de Volkskerk los, doch, waar hij de Schrift eenmaal als fundament voor het Protestantisme heeft prijsgegeven, ziet hij geen kans nog een „einheitliche" cultuur en dus ook een Volkskerk te handhaven. Hij kan de evolutionistische „differentiatie des levens" niet ontgaan.

Sluiten