Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor het bewustzijn, zoo ook voor het leven als een onopgelost raadsel is blijven staan. Vandaar, dat velen tegenwoordig aan de verklaring van beide uit stofwisseling wanhopen en in het voetspoor van Fechner eene andere richting inslaan; in plaats van het leven uit den dood, trachten zij den dood uit het leven, en de duisternis uit het licht te verklaren.

In zoover komt het physiologisch-onbewuste hier toch echter in aanmerking, als het er op wijst, dat de mensch in zijn lichaam een wonderbaar organisme ontving, dat, schoon met de ziel als levensbeginsel in innig rapport staande, toch voor een groot gedeelte een eigen leven leidt en van bewustzijn en wil onafhankelijk is. Ten bewijze daarvoor strekken de zoogenaamde physiologische automatismen, de werking van hart, longen, maag, ingewanden, enz., die voortgaat, zonder dat wij er iets van merken, en die er te beter aan toe is, naarmate zij door geene gevoeligheid of pijn ons aan haar bestaan herinnert. En ook de reflexbewegingen, onwillekeurige reacties van het organisme op uitwendige prikkels, zooals het zoeken van evenwicht bij uitglijden, het opheffen van den arm bij een dreigend gevaar, het samentrekken der pupil bij scherp licht, het niezen bij kitteling van den neus, het hoesten bij prikkeling van de keel, enz., toonen aan, dat er veel in ons lichaam geschieden kan, waar onze wil niets in te zeggen heeft, en waarvan ons bewustzijn slechts achteraf eenig besef verkrijgt. In elk geval staat vast, dat het psycho-physisch leven van den mensch veel dieper en omvangrijker is dan zijn bewustzijn.

Deze stelling wordt bevestigd, wanneer wij in de tweede plaats naar zulke verschijnselen onderzoek doen, die op een psychisch-onbewuste wijzen. Daartoe behoort al dadelijk het instinct, dat is het vermogen, om onbewust eene doelmatige handeling te verrichten. Het

Sluiten