Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en herinneren ons later, iemand tegengekomen te zijn, dien wij dachten in het geheel niet bemerkt te hebben. Een of ander onderwerp nam al onze aandacht in beslag, en toch hebben wij de klok hooren slaan. In eene interessante voordracht over de psychologie van het lezen wees prof. Straub er onlangs op, dat ons oog bij het lezen niet alleen de letters ziet, die in zijn blikpunt vallen, maar ook zijwaarts vooruit een aantal letters meer of minder duidelijk waarneemt en daardoor het lezen eigenlijk eerst mogelijk maakt.1' En Freud, te Weenen, maakte er opmerkzaam op, dat ons verspreken en verschrijven niet toevallig is, maar daaruit verklaard moet worden, dat wij op hetzelfde oogenblik, waarop wij een bepaald woord wilden uitspreken of neerschrijven, aan iets anders dachten, dat er min of meer aan verwant was.2) En dat wij in deze en dergelijke gevallen toch wel eenigszins bewustzijn hadden van datgene, wat buiten het centrum van ons denken lag, wordt daardoor bewezen, dat een fabrieksarbeider. aan het geraas der machines zoo gewend, dat hij het niet meer opmerkt, zich er terstond van bewust wordt, als het plotseling ophoudt.

Deze feiten bewijzen, dat er te gelijk twee groepen van voorstellingen in ons bewustzijn aanwezig zijn, een in het middelpunt en een in den omtrek, een in de boven- en een in de benedenverdieping van het bewustzijn. \ an onbewust is hierbij geen sprake, en ook niet van een onderbewustzijn in den strengen zin, dat eene voorstelling absoluut uit het bewustzijn verdwenen en beneden het bewustzijn weggezonken zou zijn. Ook is het moeilijk aan

*) Verg. verslag in het Algemeen Handelsblad van 23 Maart 1915, Ochtendblad.

2) Freud, Zur Psychopathologie des Alltaglebens: über Vergessen. Versprechen usw. 3 Berlin 1910.

Sluiten