Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grooter waren dan van Sodom, het was te dien dage evenzoo met de gemeente van Corinthe gesteld. Maar onder al dat goddeloos gespuis had de Apostel Paulus nog wel den meesten last van de joodschgezinde Christusbelijders, die zeiden, dat zij Joden waren, en waren het niet; die de Mozaische dienstbaarheid en haar vrucht met de lekkernijen van het verbond der genade trachtten te vermengen, hetwelk de Apostel dan ook hier in zijn tweeden brief uiteenzet, waartoe dan ook onze tekstwoorden een sieraad zijn en een gouden kleinood, om zulks te onderscheiden. Vandaar vragen wij een oogenblik uwe gewijde aandacht om, naar aanleiding dezer woorden, te letten : Op de dooding der letter, en de levenswekking des Heiligen Geestes.

En speuren wij dan na:

le. wat de letter doet;

2e. wat de Geest doet.

Dat de Heere ons leide in de schatkameren van Zijn diepe Qodsgeheimen, tot de komst van Zijn koninkrijk en tot stichting Zijner gemeente, ja ter eere van Zijn Naam !

Deze woorden, mijne hoorders, zijn in den enperen zin absoluut gericht aan de gemeente van Christus te Corinthe, doch in den algemeenen zin aan allen, die in de naburige steden van Achaje, het noordelijk gedeelte van Morea, langs de kust van de golf van Lapanto, woonden; dus is deze brief en zijn ook deze woorden nu nog gericht aan Gods levendgemaakt volk, en ook nog tot allen, die deze woorden zullen hooren. Gods volk, het zijn niet vele edelen, niet vele rijken, ook niet ten tijde van Paulus in de gemeente van Corinthe; want zijne discipelen, die hem volgens ons teksthoofdstuk een leesbare brief van Christus zijn, waren grootendeels menschen van de laagste klasse, gedeeltelijk Joden, doch voornamelijk vrijgemaakte Romeinsche slaven en heidensche Grieken, die de wonderen van Gods verlossende liefde in Christus mochten beleven. Tot hen komen dan ook deze vermanende, onderwijzende en vertroostende woorden. Zoo staat ons dan ten eerste te onderzoeken: a. wat de Apostel bedoelt met de letter.

En dan wijst hij ons duidelijk op de tien geboden. Hoort slechts, hoe het 7de vers luidt: Indien de bediening des doods in letteren bestaande, en in steenen tafelen ingedrukt, enz. Met de letter wordt dus de wet der tien geboden

Sluiten