Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijker is, en wel deze : een kooping van menschen, van slaven der zonde, die vrijgekocht en eerlijk verlost worden van het juk der zonde. Deze eerlijke en loffelijke handel is alleen ten uitvoer gebracht door Hem, die zeide : Ik ben gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren is.

En al is het dan, dat het gewormte onze huid en ons vleesch zullen doorknagen, zoo zal de ziel van die gekochte toch niet verloren gaan, maar eerlijk en naar recht aan den Kooper geleverd worden. O neen, het brengt dan Gods volk, die in al het aardsche geen voldoening kunnen vinden, tot diepere gedachten, en wel tot deze, dat er ook is een hoogere Landman, een voortreffelijke Zaaier, die te Zijner tijd zal zaaien, maaien en oogsten; met Wien al de gunstelingen des Heeren den buit zullen uitdeelen (Jes. 9:2), en volgens de belofte Gods, Hosea 2 : 20-22: „En het zal te dien dage geschieden dat Ik verhooren zal, spreekt de Heere; Ik zal den hemel verhooren, en die zal de aarde verhooren ; en de aarde zal het koren verhooren mitsgaders den most en de olie, en die zullen Jizreël verhooren; en Ik zal ze Mij op de aarde zaaien, en zal Mij ontfermen over Lo-Ruchama; en Ik zal zeggen tot Lo-Ammi: Gij zijt mijn volk, en dat zal zeggen : O mijn God!"

Hier is, tot spijt van den duivel en zijn aanhang een tijd, dat hij, hoewel hij Gods kinderen beroofd en gezocht had ze tot een prooi der hel te maken, ze geheel komt te verliezen, m. a. w. wordt den machtige zijn vang ontnomen.

O gadelooze liefde en onverbreekbare trouwe Gods, want daardoor wordt het duidelijk, dat er een hoogere Koning en deswege een onbeweeglijk en onvergankelijk koninkrijk is; een Koning, die regeert tot in eeuwigheid. Voor Hem was er, naar het vleesch, ook een tijd om te verliezen wat Hij altijd gezocht had, ja zelfs zooveel moest verliezen dat Hij geen twee voeten grond meer had, en uitriep: Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten? Ja, Hij legde zijn leven af; dit was immers de verdienende en eeuwig geldende oorzaak, dat de oorlog gestild, de vrede geteekend en de schuld verzoend is, en God Zijn volk vrijspreekt en dat volk uitroept: Mijn Heere en mijn God ! Zoo dan ook opgezien tot een hoogeren, een eeuwigen Rechter, wiens zetel nooit ledig is of verwisseld zal worden. Deze zal dan ook, als de Opperste Wijsheid,

Sluiten