Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vinden dwaasheid; vandaar dat Salomo uitroept: Wat zeer diep en ver weg is, wie zal dit vinden ? Het is echter een kenmerk van het rechte zoeken naar wijsheid tegenover de dwaasheid. Zij zoeken een oprecht hart, doch vinden een ding, verschrikkelijker dan de dood, n.1. een vrouwenhart vol netten en garen; want toch, met wijze bedoeling heeft die Koning de wet in hunne harten ingedrukt, waardoor zij, volgens Zijn belofte, de kennis der zonde van hun hart vinden. Ja, zij zoeken naar rust en vinden onrust, en omdat een vrouwenhart niet deugt, roept een Job uit: Een mensch van eene vrouw geboren, is kort van dagen en zat van onrust! Zij zoeken naar licht en vinden menigmaal duisternis. Is dat niet teleurstellend voor het vleesch ? Zij zoeken naar kennis en vinden onkunde; zij worden onkundig inde handelingen Gods en den weg der zaligheid, zoodat zij wel eens uitroepen: wie kan dan zalig worden ? Meer nog, dat volkt zoekt naar vrede en vindt oorlog: twee worden tegen drie verdeeld en drie tegen twee in één huis; zij zoeken naar eenheid en vinden verdeeldheid, zoodat de man tegen de vrouw, of de vrouw tegen den man, de schoondochter tegen de schoonmoeder, en de schoonmoeder tegen de schoondochter verdeeld is, erger nog: dat hun eigen vleeschelijke hart verdeeld en een chaos van verwarring is, hetwelk dan ook is het hart vol netten en garen. Zij zoeken naar liefde en vinden vijandschap, zoodat zij verlegen moeten bekennen: Wat is de mensch ! hij mag den naam van ijdelheid wel dragen! Zij zoeken naar verzoening en vinden schuld en zonde, zoodat zij in wanhoop zouden ondergaan, omdat naar hun meening de zonde te groot is dan dat zij zou kunnen vergeven worden: En w^t nog het ontroerendst is, zij zoeken naar verzoening met God, en trachten die door het onderzoeken in Zijn Woord, door het onderhouden Zijner geboden te verkrijgen, maar ziet, zij worden een vertoornd Rechter gewaar. Ten slotte zoeken zij naar geloof doch vinden ongeloof, en vreezen daarom ook Gode niet welbehaaglijk te zijn. O, waarlijk, dezen zochten naar een eeuwig geluk en meenen nu nog eeuwig ongelukkig te zijn, zoodat zij wel uitroepen: De wateren zijn tot aan de ziel gekomen. Ach, terwijl ze spreken zijn ze aan 't oorlogen.

En vraagt men nu: waarom toch zulk een teleurstelling? dan antwoorden we u ten eerste: het is Gods vrij-

Sluiten