Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zondaren. Dit doet ons nader letten, zooals we reeds zeiden, waartoe dit bevel, dit Woord des Heeren strekt, nl.

2e. Tot een rijke leering.

Ten eerste zal het strekken, om iets te leeren verstaan van :

a. Het werk Gods, waarin door de vrije werkzaamheden van den Pottenbakker een voorbeeld aanschouwd wordt van den vrijmachtigen Schepper van hemel en aarde, in Wiens werkhuis al Zijne knechten, ja alle geloövigen een blik mogen slaan om hemelsche lessen te ontvangen. Een leering dus ten eerste, om gehoorzaamheid te oefenen, want, zoo zegt de profeet in het 3e vers: „Zoo ging ik af". Zoo gaan wij af als God Zijn Woord als een koninklijk bevel aan ons hart bekrachtigt. Zoo gaan wij af op het Woord des Heeren, die tot deze zegt: Ga, en tot den ander: Kom, en het geschiedt alzoo. Maar om die leering op te doen en tot heil onzer ziele weg te dragen, daartoe is een bijzondere genadegave Gods noodig, ja een onmisbare gave. En vraagt ge: wat is er dan noodig? Dan wijzen we u op twee dingen, doch die in het wezen der zaak toch één zijn, nl. licht: d.w.z. licht in de oogen en licht in het huis, om het werk te kunnen zien. En dan niet alleen natuurlijk licht, maar absoluut geestelijk licht, want, zoo belijdt David : Door uwen Geest krijg ik verstand van God en Goddelijke zaken. Want toch, zoo luidt het in onzen tekst: „en zie". Wat zal een blinde ervan navertellen, wat zal hij ervan mededragen, al is hij eens of meermalen in des pottenbakkers huis geweest ? Wat draagt een blinde ervan mede, al is hij ook duizend malen in Gods huis geweest ? Immers ten hoogste wat letterkennis, waardoor hij opgeblazen wordt en zich verheft! Hij hoort wat en ziet ook wel iets, maar het is met natuurlijke, vleeschelijke organen, waarmede hij niet kan bespeuren de dingen Gods (1 Cor. 2:14) Neen, zij zijn hem dwaasheid, en meermalen komen zij hem ook voor als ijdel geklap. Het woord „en zie" wijst er ons op, dat men oogen moet hebben door de herscheppende daad des H. Geestes; dan zal het ook niet tevergeefs zijn, dat men Gods werk aanschouwt. Want immers, zoo luidt onze tekst verder en verklaart daardoor, dat juist de pottenbakker was werkende op de schijven. Dit leert ons, dat de Heere niet tevergeefs gebiedt af te gaan, neen, Hij gebiedt juist

Sluiten