Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

immers voor Zijn Woord! Want er schijnt licht in het huis des Heeren, er schijnt licht bij Gods werk, er schijnt licht in het hart des zondaars. Ook dezen zullen trachten met verandering en betering des levens dien gebroken pot weer te heelen, maar door de hitte van de zon smelt de lijm en raakt los. Voorzeker is het een inklevende zonde, die zij leeren kennen, en door het langdurige werken worden zij vuil en kleverig, en dit maakt het werk vermoeiend. Toch schijnt het wel eens, alsof die gebroken pot geheeld is, als David zegt: Ik zeide in mijn voorspoed : ik zal niet wankelen in eeuwigheid, want Gij hadt mijnen berg door Uwe goedgunstigheid vastgezet. Maar als de Heere zich met wijze bedoelingen verbergt, dan is het geen Pashur (voorspoed van rondom), neen, maar wel Magar-missabib, datis:vreeze of schrik van rondom. Dat wil niet zeggen, dat de berg des Heeren niet vaststaat, of dat Zijn goedgunstigheid wankelt, integendeel; doch dat ons eigen werk, ons lijmwerk losraakt. Wat zal er dan moeten gebeuren? vraagt ge wellicht. Wel, „afgaan", om Gods eigen werk te aanschouwen, Zijn vrijmacht te bewonderen.

Immers, des Heeren discipelen zouden een geheel aardsch koninkrijk aaneen gelijmd hebben, en Gods werk in Christus voorbijzien. Daarom wordt er tusschen deze schijven een doodende kracht beleefd, om door de wet der wet te sterven, die geestelijk aan de harten van Gods uitverkorenen wordt bekrachtigd; zoodat zij tusschen deze schijven uitroepen: Wee onzer, de kroon is ons ontvallen; wee onzer, dat wij zoo gezondigd hebben. O, als zij de puinhoop van hun verbroken werk krijgen te zien, dan ontzinkt hun wel eens de moed en roepen uit: Doch wij allen zijn als een onreine, en alle onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed; en wij allen vallen af als een blad, en onze misdaden voeren ons weg als een wind. Welgelukzalig zij, die er door bearbeid worden, want ziet, waar Hij een goed werk aan hen begonnen heeft, zal Hij dit ook voleindigen tot op den dag van Jezus Christus. Zal voor den Heere iets te wonderlijk zijn ?

Het geeft een onderzoek voor alles, wat uit God geboren is, n.1. of zij in de hand Gods zijn, ten oordeel of ten voordeel. Het woord: „Zal Ik ulieden niet kunnen doen gelijk deze pottenbakker" baart voor al degenen, die de

Sluiten