Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wrijving der schijven gevoelen, een dringend onderzoek, en zij smeeken onder de lessen, die zij er door mochten ontvangen : O God, wees mij, zondaar, genadig! O, als zij het vergruisde onder het oog krijgen, sidderen zij, want daar liggen ontelbare potten en vergruisde vaten, waarop voorheen menschenhanden en ook zij gewerkt hebben, voornamelijk aan den buitenkant, om ze in stand te houden, en welker handen er nu slap bij hangen. Maar ziet, hoeveel arbeid er ook aan besteed is, het vat is verdorven, en gelijk het de bloedvloeiende vrouw ging, die bij alle medicijnmeesters geweest was, en wier kwaal integendeel eer erger dan beter geworden was, zoo gaat het ook degenen, die God vreezen en alles aanwenden, om het oude nieuw te maken. Bij allen arbeid blijkt het, dat, hoewel de Geest gewillig is, het vleesch machteloos en gansch verdorven is. Daarom roepen zij uit, dat al hun arbeid, ja al hun eigengerechtigheid is als een wegwerpelijk kleed. Hier ligt een oor van dien aarden pot, daar weder een handsvat.

Zoo ervaart Gods lieve volk zelfs, dat, waaraan zij voorheen menigmaal houvast hadden, en meenden, dat zij nogal goed en scheikundig de waarheid konden beluisteren, thans uitroepen: Ik vrees, dat ik nog alles mis en mijn werk geen waarheid is! Daarom een ernstig onderzoek voor dat volk, als het woord tot hen komt: „Zal Ik ulieden alzoo niet kunnen doen ?" Alle glans verliezen zij, en erkennen van nature een verbroken, aarden vat te zijn, en alles, wat zij bearbeid hebben om aaneen te lijmen, raakt door de hitte der zon los. Trachten zij niet menigmaal de verbroken steenen tafelen der wet weer aaneen te lijnen, ware het mogelijk eene gerechtigheid daaruit te formeeren, om voor God iets te hebben ? Dit geschiedt, wanneer zij opgaan in hun eigen werk, in hun eigen bevinding, zoodat zij wel meenen Minister te worden van een aardsch koninkrijk en Jezus daarover als Koning uit te roepen. Hoevelen toch roepen dan Hosanna! Daarin kan de geheele vrome wereld medereizen. Maar ziet, ondanks al deze dwaasheid gaat de Heere met Zijn werk voort. Zij, ja wij hebben Hem arbeid gemaakt met onze zonden en moeite met onze ongerechtigheid. O, als God Zijn volk bearbeidt tusschen de schijven van wet en getuigenis, dan leeren zij, dat alle heerlijkheid des menschen is als een bloem des velds;

Sluiten