Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krijgen niet alleen een schat van Godskennis en zelfkennis, maar ook een schat van Christuskennis, want gelijk we zeiden, dat de pottenbakker een vorm heeft, waarin Hij het vat formeert, zoo heeft God de Vader ook een vorm, waarin Hij ze formeert, n.1. Christus. Want God was in Christus de wereld met zichzelven verzoenende, hunne zonden hun niet toerekenende, en heeft het Woord der verzoening in ons gelegd (2 Cor. 5: 19). God kan de zonde niet uitdelgen, zonder dat de zonde naar Zijn rechtvaardig oordeel gestraft wordt. Welk een eeuwige, gadelooze liefde Gods is het dan, wanneer Hij naar het richtsnoer van Zijn Woord en naar Zijne dierbare beloften die straf op Zijn eigen kind Jezus heeft gelegd en toegerekend, opdat de zonde van een armen zondaar wordt uitgedelgd en geworpen in een zee van eeuwige vergetelheid.

Als vrucht van deze liefde Gods werd Jezus plaatsbekleedend tusschen deze schijven verbroken, waardoor een verbondsbreker eeuwig pardon wordt geschonken en van onder den vloek der wet verlost. Tusschen deze schijven betuigt Paulus, die den schat van Christuskennis in een aarden vat droeg, Gal. 4 : 4, 5: Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijnen Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet, opdat Hij degenen, die onder de wet waren verlossen zoude. Dit alles is een verzegeling van Gods Woord, als het heet: Zie, gelijkleem in de hand des pottenbakkers, alzoo zijt gijlieden in Mijne hand, o huis Israëls! Erkennende : Weet dat de Heere God is; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), zijn volk en de schapen zijner weide. Als zoodanig is er in dat volk zulk een vat, waarin een schat is van geloof, hoop en liefde, en deze drie blijven, doch de meeste van deze is de liefde, want zij eindigt nimmermeer. Alzoo is Gods uitverkoren volk tot een zalig doel in Zijne hand, en worden zij den beelde Zijns Zoons gelijkvormig, ja ééne plant met Hem in de gelijkmaking Zijns doods en Zijner opstanding ; en wortelen in Hem, die hen in alles gelijk werd, uitgenomen de zonde, waardoor zij Hem gelijk worden, om straks zonder zonde, ja zonder vlek of rimpel voor Gods aangezicht te verschijnen. Want tusschen de schijven van wet en getuigenis heeft Hij uitgeroepen: hoe word ik geperst, totdat het volbracht zij! Maar ook riep Hij eenmaal uit: Het is volbracht! Hij, als

Sluiten