Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN ZWARTE SALOMO (Vervolg).

De kleermaker kreeg het eerst het woord en beweerde, dat toen hij bij den oliekooper olie kwam halen en uit zijn zak een aantal geldstukken opdiepte, de oliekooper beweerde, dat hij dat geld van zijn toonbank, waar inderdaad een hoopje geld lag, had weggenomen. Hij had hem uitgescholden voor dief, hem overgeleverd aan de gerechtsdienaars, die hem hier voor den rechter hadden gesleept. De man betuigde echter op het hoogst zijn onschuld en hield staande dat de geldstukken van hem waren.

De oliekoopman daarentegen zeide: „Die man kwam in mijn winkel en vroeg om olijfolie. Terwijl ik de kruik onder de toonbank vandaan haalde, zag de man zijn kans schoon en deed een greep uit een hoopje geldstukken, die ik juist uit mijn sloof had gehaald en op de toonbank gelegd, om het geld na te tellen.

Gelukkig merkte ik het nog net. Ik greep den dief en leverde hem aan het gerecht over."

„Heeft niemand den diefstal gezien?"

„Neen, edele heer, zoover ik weet niemand."

(Wordt vervolgd).

Sluiten