Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een papegaai praten." .,0 ja, zegt de andere met een schapenstem, „dat hoor ik, de duivel heeft u de tong geknipt." Maar deze Herder zorgt, dat ze met nieuwe tongen zullen spreken en oude en nieuwe dingen voortbrengen uit den goeden schat des harten. Hij droeg Israël door de Roode Zee. Neen, zegt men, zij gingen er door. Het is ongelukkig genoeg, dat men meer let op het gaan van Israël dan op het wonder Gods, want waartoe is meer kracht noodig: in één oogenblik een pad door de zee te maken of om Israël op te nemen ? Neen, Hij draagt ze en Iaat ze nooit of te immer vallen. Zij lagen verloren en waren door de zonde het eigendom des satans, maar Hij legt ze op zijne Verbondsschouders, als de Middelaar Gods en der menschen. O, Hij draagt ze in al hunne dwaasheid, en zijne gangen zijn zóó vast met de zijnen, dat God er Zijn belofte op nederlegt, n.1. dat een dwaas op den weg niet dwalen zal. Dit schaap was lam en bemodderd door de zonde, maar Hij leert het gaan, zoodat het de rotsen der eeuwen beklimt, want, zoo zegt Hij: Ik nochtans leerde Efraïm gaan. (Hosea 2.)

Het is een schurftig schaap, nochtans draagt Hij het en zal het reinigen van den drek der zonde. Nog meer springt ons Zijn vervulde blijdschap in het oog, als we u zeggen, dat Hij er mede door het water gaat, er onder gaat, zóó diep, dat de golven en baren over Hem henengaan. Vraagt ge: waarom ? We antwoorden u: Om de zonde van het schaap. Het zijn de baren van Gods ongenoegen, Hij houdt evenwel het hoofd van het schaap boven, zoodat het niet verdrinkt of wegzinkt in den afgrond van Gods eeuwigen toorn. Ja, Hij draagt het met blijdschap des harten. Zij slaan den Herder, spuwen en geeselen Hem en onder dat alles draagt Hij nog zijn schaap en drukt het biddend aan zijn hart. Hij draagt het op de adelaarsvleugelen des gebeds, naar luid van Joh. 17: Vader, ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij mij gegeven hebt. O, Hij wordt ter dood veroordeeld, omdat Hij zulk een veracht, schurftig schaap draagt en zooveel mooie, opgesierde laat loopen. Het schavot moet Hij er voor beklimmen en den dood eens misdadigers sterven, en vraagt ge: wie veroordeelt Hem ? Wel, zijn medebroeders naar het vleesch, die herders en leidslieden genoemd worden

Sluiten