Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 101

Sc'Vo!X oA

^ der Chr. Geretë Kerken

zedewet is, die over de gansche wereld heerscüfc.i?) E)kPlcQ ( quaestie is voor de eenheid en volstrektheid, voor de waarheid en de waarde der zedewet van het hoog^a belang. J2T ^

Maar voor het hier gestelde doel kan blijven, en mag ik mij wederom baseeren op eeu vaststaand en onomstootelijk gegeven. Immers, welke factoren er ook toe hebben medegewerkt en langs welken weg het resultaat ook verkregen moge zijn; onder alle cultuurvolken — om er ter wille der vereenvoudiging de z.g.n. natuurvolken buiten te laten — bestaat er thans inderdaad een vrij sterke gemeenschap van zedelijke overtuigingen. In de toepassing op bepaalde personen en handelingen zullen de zedelijke beoordeelingen zeker dikwerf van elkander afwijken, maar die beoordeelingen worden bij de beschaafde volken naar vrij gelijke normen geveld. 5) Ongeveer op dezelfde wijze maken wij allen onderscheid tusschen het gebied van het zedelijk-goede en het zedelijk-slechte, tusschen recht en onrecht, deugd en ondeugd. Zelfs zij, die in de fundeering der moraal grootelijks verschillen , krijgen toch als resultaat eene lijst van deugden en ondeugden, die eene onverwachte en des te merkwaardiger overeenkomst vertoonen. Het is inderdaad, naar de vergelijking van Prof. Heymans3), met de ethiek als met de logica gesteld; het denken komt tengevolge van allerlei oorzaken bij de beoefenaars der wetenschap tot zeer verschillende resultaten, maar het gaat toch bij hen allen van dezelfde overtuiging aangaande het onderscheid van waarheid en valschheid uit en acht zich bij allen aan dezelfde wetten gebonden. Op dezelfde wijze staan in het menschelijk bewustzijn zekere algemeene zedelijke normen vast, waarnaar wij onszei ven, en vooral gaarne andereu beoordeelen. Wij betoonen ermede, dat het werk der wet in onze harten geschreven staat.

') Verg. de aankondiging van dit werk door Cathrein zelf, Stimmen der Zeit, Juli 1915, bl. 317—331, en door Dr. C. Grutberlet, Pliilos. Jahrbuch 1915, bl. 24,6—248.

*) Cathrein, Moralpbilosophie I' 1899, bl. 318v.

') Heymans t. a. p., bl. 19—24.

Sluiten