Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 107 )

Marx en Engels, door den invloed der nieuwere natuurwetenschap, door het positivisme van Comte, door de selectieleer van Darwin met haar struggle for life en survival of the fittest, in de beteekenis van het woord natuur eene gewichtige verandering. Het werd nu de benaming voor de materieele wereld met hare stoffelijke atomen en mechanisch-chemische werkingen, en trachtte dan van onderen op ook de verschijnselen van leven, ziel en geest uit deze wereld te begrijpen. Zoo werd de verhouding totaal omgekeerd en werd de stof niet uit den geest, maar de geest uit de stof, het denken uit de hersens, alle ideologie uit oeconomische verhoudingen en verder terug uit materieele atomen en mechanische krachten verklaard.

Wanneer nu in dezen gedachtengang de staat een natuurproduct wordt genoemd, heeft dit een geheel anderen zin, dan in vorige tijden. Thans wordt er in de materialistische en de sociologische school door uitgedrukt, dat de staat te beschouwen is als een physisch wezen, dat te zijner tijd met noodwendigheid uit de economische structuur der maatschappij is voortgekomen, evenals deze op dezelfde wijze uit biologische , en deze op hun beurt uit mechanische processen te verklaren zijn. Want overal heerschen dezelfde wetten en werken dezelfde krachten; alles loopt in mensch, maatschappij en staat met dezelfde mechanische noodwendigheid als bij de sterren aan het firmament; wat bijv. de zwaartekracht is in de natuur, is de onderlinge afhankelijkheid in de maatschappij. Geen aprioristisehe theorieën, geen metaphysische speculaties, geen abstracte ideeën en waardeeringsoordeelen, maar alleen feiten moeten de grondslag van alle wetenschappen, ook van die van staat en recht zijn; ook deze behooren positief te worden en de sociologie tot grondslag te nemen. Dan zullen ze eenmaal even exacte wetenschappen worden als de astronomie; natuurwetenschappen van den staat en van het recht, sociale physica.

Zooals nu in de natuur de strijd om het bestaan de machtigste factor van ontwikkeling en vooruitgang is en daarom overal heerscht en heerschen moet, zoo is hij even onmisbaar

Sluiten