Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 115 )

Des te opmerkelijker is, dat het in den laatsten tijd weer krachtig herleeft, niet in den onhistorisclien, rationalislischen vorm, dien het sedert Grotius verkreeg, maar in zijn ideëel gehalte en onverwoestbaar beginsel. Deze herleving is in het algemeen te danken aan de reactie, welke tegen het materialisme in het idealisme opstond, maar heeft zijne bijzondere oorzaken in het Neokantianisme, dat in theologie, philosophie en ook in de rechtswetenschap eene nieuwe richting insloeg; voorts in het herstel van liet apriori, dat is van de door historisch onderzoek bevestigde overtuiging, dat godsdienst, zedelijkheid, recht, schoonheidsgevoel niet uit andersoortige factoren te verklaren maar constant zijn en op een oorspronkelijk gegeven in de menschelijke natuur berusten; en eindelijk nog in de psychologie van het onbewuste, die aanwees, dat 's menschen zieleleven veel verder teruggaat en veel rijker is dan verstand en rede en wil. ')

De diepe gedachte, die aan het natuurrecht ten grondslag ligt, is toch naar het woord van Emil Lask geene andere dan de vraag naar den absoluten zin van recht en gerechtigheid. Daardoor is het geworden tot een wereldhistorisch principe, dat door geen critiek omvergestooten kan worden; zijne onsterfelijke verdienste bestaat daarin, dat het geloofd en vast-

') Ten bewijze zij uit de rijke litteratuur slechts iets genoemd, Troeltsch Zur Frage des religiüsen Apriori, Religion und Geisteskultur 1909, bl. 2(53—272. Dunkmann, Das religiüse Apriori und die Geschichte, Gütersloh 1910. Hugo de Vries, Afstammings- en Mutatieleer, Baarn 1907, bl. 36, waar de behoefte aan godsdienst een aangeboren eigenschap wordt genoemd. Heymans, Einführung in die Ethik 1914, bl. 26, waar van de apiioriteit der zedelijke oordeelen sprake is. Voor de herleving speciaal van het natuurrecht zie men J. Charmont, La renaissance du droit naturel, Paris 1910. M. Reiehmann, Umschwung in der Wertung des Naturrechts, Stimmen der Zeit Okt. 1915, bl. 103-108. Eisler, Einführung in die Philosophie, Berlin 1905, bl. 349. De la Saussaye, Het Christelijk Leven II, bl. 172. Prof. Dr. Paul Scholten, Recht en Levensbeschouwing, Haarlem 1915, bl. 31. Vooral Stammler, Wirtschaft und Recht nach der materialistischen (jeschichtsauffassung. Zweite Aufl. Leipzig 1906, bl. 335 v. Id. Die Lelire vom richtigen Rechte, Berlin 1902.

Sluiten