Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 125 )

opvat, in al deze gevallen heeft de staat eene eminent zedelijke taak. De staat is zeker de Sittlichkeit zelve niet, zooals He gel het voorstelde; maar naar binnen en naar buiten vervult hij toch eene zoo edele en verhevene taak, dat deze niet buiten de moraal vallen kan en veeleer moet opgevat worden als vervulling van een harer nitnemeudste voorschriften. Is de staat bij de binuenlandsche politiek in zijne wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht ook niet aan het recht en aan de zedelijke beginselen gebonden .J W ordt het niet als een groote vooruitgang beschouwd, dat de koloniale politiek meer en meei in eene ethische richting zich beweegt ? En zou iemand durven beweren, dat de staat bij de buitenlandsche politiek, bij de regeling van het internationaal privaatrecht, bij het sluiten van verdragen, handelsovereenkomsten en dergelijke om geen moraal zich te bekommeren heeft? Men zou kunnen aarzelen, deze laatste vraag bevestigend te antwoorden, wanneer men aan een staat in oorlogstijd denkt. Dan worden inderdaad vroeger en later de eerste beginselen der ethiek verloochend en de eenvoudigste rechtsbepalingen met voeten getreden. Maar ook hier blijkt, zooals telkens, dat recht en werkelijkheid twee zijn, zonder dat daarom het recht ophoudt recht te zijn. Alleen maar, er is een jus pacis, doch ook een jus belli, een recht tot en in en na den oorlog. Het is daarom minder juist, de zaak zoo voor te stellen, alsof met den oorlog, per se, altijd en overal het recht ophoudt, Grotius zag het anders en beter in; terwijl hij in de voorrede van zijn werk de jure belli ac pacis eenerzijds de stelling: nihil injustum quod utile, verwerpt, verzet hij er zich anderzijds ten sterkste tegen, dat jus en arma elkander uitsluiten; ook met en in den ootlog houdt het recht niet op, en dus ook de zedelijkheid met Zooals de overheid naar binnen met dwang en straf de misdaad, in naam en in het belang van de gerechtigheid, te beteugelen heeft, zoo en niet anders draagt zij ook naar buiten het zwaard niet tevergeefs. Alzoo handelend, volbrengt de staat eene door en door zedelijke roeping, want hij handhaaft de gerechtigheid en deze is met de liefde eene bij uitstek ethische deugd.

Sluiten