Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gemeente in eenigheid des geloofs wordt vergaderd, beschermd en onderhouden. Hoe en op wat wijze dat nu geschiedt, hierop geven ons die zegelen een antwoord. En dat antwoord is niet twijfelachtig, want reeds aanstonds geeft Johannes ons te kennen, niet wat hij meent of voelt of denkt, maar wat hij zag, wat hem getoond werd. Hij zegt dan ook: „Ik zag". Het was hem klaar en duidelijk. Dit „ik zag" moet ons dus de zekerheid geven van de waarheid van het door hem aanschouwde, even als wij zekerheid ontvangen van een tijding, door iemand, die er aan toevoegt: Ik heb het met mijn eigen oogen gezien. — Johannes ziet dan ook, dat alles, wat geweest is en is en zijn zal, zich alleen beweegt om het Lam. Het Lam doet alles en opent alle geheimen, waarvan een mensch niet het minste begrip heeft. Het openbaart Gods gênaderaad, maar voert die ook uit. Doch in de uitvoering van dien raad gaat het midden door de vijanden heen, zoodat wij verzekerd kunnen zijn, dat overal waar Christus met Zijn woord komt, een vreeselijke strijd niet kan uitblijven. — Vandaar dat Christus hier wordt voorgesteld in het beeld van een ruiter te paard. Vooraf echter hoorde Johannes, toen hij gezien had, dat het Lam een van de zegelen geopend had, een van de vier dieren, als een stem van eenen donderslag zeggen: Kom en zie. Dat „kom" is een roep der Gemeente tot Christus. Hij toch moet komen en hulp en redding geven. Het is dezelfde uitroeping, dezelfde schreeuw als van de bruid aan het eind van de Openbaring, waar de bruid roept: „Kom Heere Jezus". — Die schreeuw uit en in den nood is in alle tijden van den beginne aan bij de Gemeente Gods gevonden, in welken toestand zij zich ook mocht bevinden. Reeds Bileam heeft van Israël geprofeteerd: „Zie het volk zal opstaan als een oude leeuw en het zal zich verheffen als een leeuw". Welnu als zulk een leeuw, omringd door zijn aanvaller en vijanden en in de engte

Sluiten