Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit te kunnen schreeuwen: „Laat ons Zijn banden verbreken en Zijn touwen van ons werpen!" —, de tegenwoordige dagen leeren het ons wel, wat er van komt, van dat banden verbreken en dat touwen van ons werpen. Maar Die in den hemel woont zal lachen en de Ruiter op het witte paard gaat overwinnende voort, totdat Hij al Zijne vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Zijner voeten, hetzij gewillig, hetzij tegen hunnen wil. Voorwaar des Heeren woorden blijven waarachtig en daarmede is niet te spotten: „Indien de goddelooze zich niet bekeert, zoo zal Hij Zijn zwaard wetten. Hij heeft Zijn boog gespannen en dien bereid. Hij heeft doodelijke wapenen voor hem gereed gemaakt. Hij zal Zijne pijlen tegen de hittige vervolgers te werk stellen". O waar zal dan de mensch zich bergen, als dat zwaard wordt gewet! Reeds vluchten de menschen voor het zwaard van den aardschen vijand en dat zwaard is nog te ontkomen. Maar hoe zal de mensch het zwaard der gerechtigheid ontkomen? Hoe zal hij die pijlen Zijns hittigen toorns ontkomen? O gij die in den angst uwer ziele uitroept: Ach mij moet dat zwaard nederslaan, mij moeten die pijlen treffen, waar mij te bergen? Mijn broeder of zuster, die zoo uitroept, geen andere berging dan bij Hem, Wien dat zwaard der gerechtigheid heeft gedood, en Wien de pijlen van Gods toorn hebben getroffen, dat is: bij onzen Heere Jezus Christus. Dat deed Hij voor u. Deze roept het u toe: „Vrees niet! Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in eeuwigheid. Ik leef en gij zult leven".

Amen.

Psalm 68 : 10.

Sluiten