Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weder terugtrekken. Dit leven stelt als eisch, dat in zekeren zin de aarde — de aarde als wezen, nu niet als dood lichaam, dat de geologie of de overige uiterlijke natuurwetenschap bestudeert — gedurende den zomer slaapt, maar gedurende den winter in waaktoestand verkeert, in levende herinnering aan datgene, wat zich in den zomer met haar verbonden heeft. Want juist het tegendeel is namelijk waar, van hetgeen men zich uit allerlei gevolgtrekkingen door analogie verkregen, met betrekking tot het leven der aarde zou willen voorstellen. Door zulke gevolgtrekkingen zou men kunnen gelooven, dat de aarde in de lente ontwaakt en in den herfst in« slaapt; maar de geesteswetenschap brengt het inzicht, dat de warme, zwoele zomertijd het tijdperk is, waarin de aarde slaapt, en de koude tijd, die de aarde met een sneeuwkleed omhult, het tijdperk van haar wakend leven is. (Wie een juist begrip heeft voor zulk een ervaring, hij kan geen waarde toekennen aan de oppervlakkige tegenwerping, die zegt: de vergelijking met het muzikale gehoor toont aan, dat de geesteswetenschap slechts een subjektief karakter heeft evenals de kunstopvatting. Want de gevolgen, die voor het aardorganisme optreden uit hetgeen men aanschouwen kan voor den zomertijd, toonen het objektieve van de gebeurtenis aan.)

Ik leg er met klem den nadruk op: geesteswetenschap gebruikt geen anthropomorphische begrippen, begrippen gevormd naar menschelijk voorbeeld, zooals sommige wijsgeeren van de 19de eeuw (Fechner b.v.), maar ze geeft het aanschouwde weer, werkelijke geestelijke waars nemingen; en die blijken meestal zeer verschillend te zijn van de anthropomorphische voorstellingen. Reeds daaruit zouden zekere tegenstanders van de geesteswetenschap kunnen zien, hoe ongegrond het is deze wetenschap met anthropomorphisch denkende wijsbegeerte te verwisselen. Wanneer men zich doordringt met het inzicht, dat uit zulke waarnemingen voortvloeit, dan leert men begrijpen

Sluiten