Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het geestesonderzoek de aarde zoo beschouwen kan, dat men in haar kan waarnemen, hoe zij gedurende den winter de herinnering bewaart van hetgeen ze in den zomer te zamen met bovenaardsche krachten heeft beleefd. In het verdere verloop van die beschouwing omtrent het geeste* lijke van de aarde, zal men inzien, hoe dit aardlichaam, waarop wij tegenwoordig leven, op dezelfde wijze een nakomeling is van een planeet, die bestond voordat de aarde er was, als de zoon een nakomeling is van den vader, met dit verschil, dat de zoon in gestalte op den vader gelijkt, terwijl het aardlichaam als nakomeling voortge* sproten is uit een ander planetarisch wezen, waarmede het slechts weinig gelijkenis heeft. Dit planetarische wezen leert men kennen, wanneer men de aarde gade kan slaan in den winter, in den tijd, waarin ze als het ware ontwaakt, waarin ze een soort van geheugen tot ontwikkeling brengt. Want in het geestelijke, dat zich daar in de aarde openbaart, wordt ook nu nog tot op zekere hoogte het herinneringsbeeld vastgehouden van den toestand, die dat kosmische lichaam, dat onze aarde geworden is, doorgemaakt heeft.

Deze dingen klinken tegenwoordig nog paradox, voor velen zelfs dwaas of krankzinnig ; maar zoo hebben al die dingen in het eerst geklonken, die later in de wetenschap als van zelf sprekend zijn erkend. In het kosmische lichaam, waaruit de aarde ontstaan is, was in het geheel nog niet aanwezig, wat nu mineraalrijk is. Het is een lange weg, die het geestesonderzoek moet doorloopen, om tot het inzicht van het feit te komen, dat de aarde zich ontwik* keld heeft uit een planetarischen voorganger, waarop nog geen mineraalrijk voorkwam. Datgene, wat heden ten dage als etherische kracht van buiten af, op de aarde inwerkt, en wat zich alleen gedurende den zomertijd, met het lichaam der aarde vereenigt, dat was nog niet op zoodas nige wijze gescheiden van den planetarischen voorganger van de aarde, als het van het aardlichaam gescheiden is. Deze voorganger was, eer zich het mineraalrijk ontwik*

Sluiten