Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De natuurwetenschap heeft zelf in den loop van den tijd tot het inzicht geleid, dat ze een groot vraagstuk is, dat er iets anders bij moet komen, wil ze zelf werkelijk begrijpelijk voor de menschen worden. Wat ik hier nu zeggen ga over het feit, dat de natuurwetenschap heden reeds buiten haar gebied treedt, wanneer ze den blik richt op de menschenraadselen zou ik hier niet willen opbouwen op mijn persoonlijke opvatting over de natuur* wetenschap. Van zulke persoonlijke opvattingen in den gewonen zin van het woord wordt men door de geestes* wetenschap afgebracht, die er steeds meer toe leidt, bij zijn beschouwingen niet uit te gaan van subjektieve overwegingen, maar de loop der feiten zelf te doen spreken. Zoo zou ik ook hier willen sprekeri van hetgeen de geschiedkundige ontwikkeling der natuurwetenschap in den laatsten tijd zelf tot uitdrukking brengt. Dan mag ik wijzen op iets, dat stellig belangrijk is uit het oogpunt eener toelichting omtrent de natuurwetenschap* pelijke ontwikkeling in den jongsten tijd.

De groote verwachtingen, die men van het Darwinisme, ook die, welke men van de spectraalanalyse, van de schei* kundige en biologische vorderingen gekoesterd had, waren bijzonder hoog gespannen in het midden van de 19e eeuw. Toen schreef aan het einde van de 60er jaren dier eeuw Eduard von Hartmann zijn »Philosophie van het onbe* wuste«. Daarin was dus nog geen geestesonderzoeker aan het woord, maar het was de uiting van een mensch, die op datgene, wat als feit eerst door het geestesonder* zoek voor de menschen zou veroverd worden, voorloopig door hypothesen, vaak door zeer onlogische hypothesen wees. Eduard von Hartmann duidt zoodoende op het be* staan van iets van geestelijken wezensaard, dat gestalte heeft en zich bevindt achter de physieke wereld, dat hij — wat te betwisten valt — het »onbewuste« noemt. Hij heeft een philosophisch voorgevoel van hetgeen de geesteswe* tenschap als feiten kan aanwijzen. Omdat hij het geeste*

3

Sluiten