Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

proefd en gesmaakt de bittere ervaring dat intellectalléén spoedig vergrooft. Men hoort jonge menschen zoo gaarne zeggen : ik heb over deze of die zaak n°g geen oordeel, maar die schroom was er uit. Wat allermeest was weggevallen, was de eenvoud of eigenlijk nog meer wat de Grieken met een fijne schakeering van begrip aldcb? noemen. Het woord is eigenlijk niet te vertalen. Als men alles samenvat, zou men kunnen zeggen, dat atdwg is het aangeboren, diep in de ziel levend besef, dat er nog andere wezens zijn dan wij, met verlof hoogere en hooger staande wezens, goden of menschen. Ook wordt het woord gebruikt voor eerbied tegenover het leed van ongelukkigen. Wie deze deugd bezit, ontziet perken, kwetst niet. Dit kostelijk aangeboren besef was weggevallen, immers onnoozel weggeredeneerd. Men kan de aan- of afwezigheid van deze hooge deugd soms aan de oogen zien. Vooral de afwezigheid : op bizonder fijne wijze geeft Tennyson in zijn gedicht A Character aan den egocentrischen jongen man, dien hij beschrijft, „a lack-lustre, dead-blue eye."

Gelukkig zijn wij deze droeve periode nu te boven gekomen. Het is werkelijk geweest een wedergeboorte van onze gansche cultuur. Men heeft gevoeld dat het zoo niet langer ging, men is gekomen tot het eigenlijk vanzelfsprekend inzicht, dat wij menschen tot op ons 18de jaar toch eigenlijk in veel opzichten nog kinderen zijn, eenvoudig jongens en meisjes, zonder rechtmatige pretensies, omdat nog alle diepere levenservaring ontbreekt, en omdat er ook nog niet is de meer directe, actieve verantwoordelijkheid, welke de samenleving van ons vraagt. In één woord, men is ontwaakt tot het zeldzaam opklarend inzicht dat wij op dien leeftijd nog niet veel, laten wij maar gerust zeggen: nog heel weinig beteekenen. En nu is de eenvoud in de jonge levens teruggekeerd, en met den eenvoud de echte, onbevangen vroolijkheid. Men denkt niet onophoude-

Sluiten