Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reidend-hooger onderwijs ingericht, gij wilt toch zeker ook geen docenten, die wetenschappelijk niet bevoegd zijn?

Dr. Balthasar. Neen, die wil ik natuurlijk niet, maar ik wil geen vakcyclopen. Ik kan u heel gemakkelijk en met weinig woorden zeggen hoe het voorbereidend-hooger onderwijs bij ons is ingericht. Ik blijf daarbij op de groote lijnen en treed niet in het knibbelspel van de detail-regeling, die immers door verstandige menschen wel in elkaar te zetten is. Bij ons is het eenvoudig zoo: wij hebben voor een zeker aantal leerlingen zes docenten:

één Doctor in de klassieke talen voor Grieksch en Latijn, met de letterkunde der beide talen;

één Doctor in de Geschiedenis voor de vaderlandsche en de algemeene Geschiedenis, en voor de Aardrijkskunde;

één Doctor in de moderne talen voor Nederlandsch en Duitsch, met de letterkunde der beide talen;

één Doctor in de moderne talen voor Fransch en Engelsch, met de letterkunde der beide talen;

twee Doctoren in de wis- en natuurkunde voor al de betrokken vakken.

Dat zijn er wel geteld zes. En nu zeggen wij: als zes bekwame, wetenschappelijk gevor?nde docenten met elkander niet in staat zijn een zeker aantal jonge menschen te brengen op de bekende, reeds een en andermaal vermelde niet duizelingwekkende hoogte, waarop zij staan moeten om aan een Universiteit te kunnen komen, als men dat met zijn zessen niet kan, dan kan men niets. Ons paedagogisch beginsel is dus, ik zeg het ten overvloede nog maar eens: een zoo beperkt mogelijk aantal bevoegde docenten voor alle onderwijs, dat voorbereidt voor welke school of hoogeschool ook. Natuurlijk vallen wij niet over een docent meer of minder, maar wij zijn en blijven als vuur en vlam tegen alle vakfetichisme,

Sluiten